20160712 Het laatste woord: Steef Stalenhoef overleden

Op 3 juli bedankte Steef Stalenhoef in zijn blog iedereen die de laatste jaren aandacht aan hem geschonken had. Het was zijn laatste blog en hij wist dat. Een paar dagen later is hij overleden aan de gevolgen van de spierziekte ALS. Ruim vijf jaar geleden werd de ziekte bij hem vastgesteld. Aan die ziekte is niet veel te doen. De mogelijkheden van het lichaam worden langzaam maar onherroepelijk kleiner. In de artikelen van zijn blog kunnen we die krimpende mogelijkheden in Steefs leven nalezen. Aan het eind voelde hij zich een gevangene in zijn eigen lichaam. Communicatie, juist een van Steefs sterkste punten, werd vrijwel onmogelijk, zeker toen het spreken niet meer ging. Uit de blogs spreekt echter nog iets anders. Steef was van nature een optimist. Ook in de situaties waarin het steeds minder ging kwam dat aangeboren optimisme naar voren. Het is te verwoorden als kijk wat er nog wel gaat en maak daar het beste van.

De optimistische instelling was een van de redenen waardoor het tussen Steef en mij altijd zo goed ging in de tien jaren waarin wij bij NBLC en NBD hebben samengewerkt. Wij dachten en handelden vaak in de zelfde richting. In de eerste plaats waren wij beiden geen bibliothecaris: wij kwamen uit het bedrijfsleven. Maar misschien waren bepaalde overeenkomsten in ons verleden nog belangrijker. Hij was vier jaar ouder dan ik, maar wij hadden onze jeugd in dezelfde buurt in Amsterdam beleefd. Als kind zong hij in het kerkkoor van dezelfde kerk als waar ik een paar keer met het jongenskoor van de muziekschool van het conservatorium gezongen heb in de Mattheus- en Johannes Passion. Later woonde hij op de Ceintuurbaan vlak bij de plaats waar ik als klaar-over medescholieren hielp om de straat over te steken op weg naar school. En nog later werkte hij bij een bedrijf in dezelfde straat als waar mijn vriendin woonde.

Steef kwam in 1980 bij het NBLC als adviseur microvormen. Al een paar maanden later werd hij benoemd tot hoofd van de dienst Audiovisuele media en daardoor mijn hoofd van dienst. Samen hebben we o.a. de CD bij de bibliotheken geïntroduceerd. Steef had wel een probleem: hij vond het schrijven van rapporten e.d. moeilijk. Ik ben dan ook meerdere keren in stilte actief geweest als zijn ghostwriter. Hij was daar dankbaar voor, maar het ergerde hem ook dat hij zoveel moeite had met het schriftelijk verwoorden van wat hij dacht en voelde. Later is hij daarom cursussen gaan volgen in creatief schrijven. Uit de boeiende stukken op zijn blog blijkt dat die lessen heel succesvol zijn geweest.

Na zo’n vijf jaar deed Steef iets ongehoords. Hij deed iets dat volgens mij niemand anders ooit heeft gedaan. Hij ging weg bij het NBLC en werd hoofd van de afdeling Beeld en Geluid van de NBD. In die jaren waren NBLC en NBD wel twee samenwerkende en op elkaar aangewezen bedrijven, maar het waren nadrukkelijk ook twee aparte bedrijven. Voor de samenwerking van Steef en mij maakte het niet veel uit. De introductie van de CD vond nu ook door de NBD plaats en dat betekende in de praktijk dat er een op de basiscatalogus van het NBLC gebaseerde startcollectie bij de NBD in de AVM-ruimte stond opgesteld. Bibliotheken die wilden starten met de CD of die hun collectie wilden aanvullen meldden zich meestal op woensdag in Leidschendam waar ze werden voorgelicht door Steef en mij samen. Het waren jaren van groei en enthousiasme. In 1990 vertrok Steef nogal plotseling bij de NBD. Hij was door het Japanse bedrijf waar hij werkte voordat hij bij het NBLC kwam,Fuji, gevraagd om een hun nieuwe verkoopkantoor in Nederland te leiden.

In de daarop volgende decennia kwamen Steef en ik elkaar zo nu en dan tegen. Meestal was dat bij een jubileum of afscheid en soms op een beurs. Het opvallende was dan dat ons gesprek gewoon doorging waar het een paar jaar tevoren was afgebroken. De laatste keer dat dat gebeurde was op 6 oktober 2010 in Leidschendam. Om het 40-jarig bestaan van de NBD naar voren te brengen had de SLBO een paar sprekers uitgenodigd om iets te vertellen over hun (vroege) ervaringen bij en met de NBD. Zowel Steef als ik behoorden tot de sprekers, evenals Maartje Haasbeek. Dat we elkaar na het officiële gedeelte weer van alles moesten vertellen spreekt vanzelf. We hadden er geen vermoeden van dat het ons laatste gesprek zou zijn. Korte tijd later werd bij Steef zijn ziekte vastgesteld.

Voorheen had ik vaak de neiging om aan het eind van een discussie of gesprek nog iets toe te voegen, het laatste woord. Dat werd mij niet altijd in dank afgenomen. Zo opent Steefs laatste blog. Het is een blog die hij niet meer kon uitspreken. Toch hoor ik zijn stem in mijn hoofd wanneer ik de tekst lees. Ook nu had hij het laatste woord. Het allerlaatste.
Wolter van der Zwaan.

SLBO / 12 juli 2016

 

20160709 Maartje Haasbeek overleden op 9 juli 2016

Als je van iemand dacht dat zij nog jarenlang in ons midden zou zijn, blijmoedig, positief en praktisch eeuwigdurend de strijd tegen ziekte en ongemak voortzettend, dan was het Maartje Haasbeek wel. Wanneer je haar belde ging het altijd stukken beter dan eerst, zouden er nieuwe behandelingen komen, die ongetwijfeld verbetering gingen brengen en moesten we nodig weer eens bijpraten.

Bij de oprichting van de NBD in 1970 was de Bibliotheekboekhandel Haasbeek al sinds jaar en dag een belangrijke speler op het terrein van ¨gereedgemaakte¨ boeken voor openbare bibliotheken. De eerste twintig jaar bleef dat zo. De NBD kreeg langzamerhand de meeste OB-en in Nederland als klant voor het nieuwe boekenaanbod maar Haasbeek was sterk in het leveren van reeds eerder aangeboden titels, die de NBD in die tijd niet na-leverde. Bovendien was toen de heersende leer, dat een bibliotheek eigenlijk pas een titel in de collectie mocht opnemen als er een aanschafbeoordeling was verschenen en de titel op de juiste wijze was beschreven. Gaandeweg veranderde die opvatting. Bibliotheken vroegen na-levering van reeds eerder aangeboden titels en het werd (heel voorzichtig) mogelijk veelgevraagde nieuwe titels al te leveren vóórdat de doordachte en verantwoorde titelbeschrijving en beoordeling helemaal af was. Ook was de NBD in de positie te investeren in automatisering. Voor een kleiner bedrijf als Bibliotheekboekhandel Haasbeek was dit veel lastiger. De verlangens van de bibliotheken daarentegen werden op dit gebied steeds omvangrijker.

Om een lang verhaal kort te maken, in 1989 nam de Stichting NBD de Bibliotheekboekhandel Haasbeek over. Een ingewikkelde overgangsperiode volgde waarin zowel de automatiserings-systemen van beide bedrijven gelijkgetrokken moesten worden als de cultuurverschillen zo goed mogelijk gladgestreken. De NBD probeerde voor zoveel mogelijk werknemers uit Alphen een plek te vinden in Leidschendam, maar het was onvermijdelijk dat er ook ontslagen moesten worden aangevraagd. En dat is een akelig proces.

Maartje werd het grote voorbeeld van voortreffelijk geslaagde integratie! Het zal voor haar zeker niet meegevallen zijn om een eigen bedrijf met hechte onderlinge binding op te geven en zich aan te passen in een veel groter en ook wel formeler en dwingender geheel. Met verbazing en bewondering heb ik toegekeken, hoe haar dat gelukt is. Hoe Maartje een belangrijke en onmisbare eigen positie veroverde in een heel anders gestructureerd bedrijf. Van de Bibliotheekboekhandel Haasbeek in het algemeen en van Maartje in het bijzonder leerden wij bij de NBD hoe je de omgang met de klanten toch een persoonlijk cachet kunt proberen te geven al gaat de communicatie in hoofdzaak via dozen, facturen en de giro. Maartje ging volop deel uitmaken van het sociale leven bij de NBD en hield ook na haar uittreding (als ik mij goed herinner wat nà haar 65ste verjaardag! ) allerlei contacten aan.

Omdat ze naar eigen zeggen al op vierjarige leeftijd aan het werk werd gezet in de boekhandel van haar ouders, hebben wij op een zelden voorkomend moment reeds haar 50-jarig jubileum in het boekenvak kunnen vieren. Het spijt mij enorm dat we nu allemaal haar negentig of honderdjarig jubileum zullen missen. Voor haar kinderen en kleinkinderen is het verlies echter des te groter, omdat er uit hun dagelijkse omgeving een heel bijzondere persoonlijkheid is verdwenen.

Aart Blom

20160404 In memoriam Peter van Hoek

Op 11 februari 2016 is Peter van Hoek overleden. Peter kwam op 18 november 1981 in dienst bij de NBD. Sindsdien kende iedereen Peter en Peter kende al zijn collega´s bij naam. Peter, voor velen van ons de oud-collega die werkzaam was op de Afdeling Automatisering van NBD Biblion. Peter is in september 2015 60 jaar geworden. Daarvoor was hij al enkele maanden ziek thuis. Ongeneeslijk ziek, zo vernamen we. En dan toch komt het bericht van zijn overlijden onverwacht.

Hoe herinner ik me Peter? Peter stond bekend als een heel vriendelijke man. Altijd pretlichtjes in zijn ogen, ook al was het onderwerp van het contact zakelijk van aard. Het was ook Peter, die altijd present was bij de borrel die we jaarlijks hadden vanuit de SLBO met de medewerkers van NBD Biblion. Dan leek het alsof we de draad zo weer oppakten en de gesprekken varieerden van serieus tot lachsalvo´s.
Het was ook Peter, die lid was van de eerste Ondernemingsraad. In die tijd een nieuw fenomeen bij de NBD. Bij 100 werknemers in vaste dienst was het volgens de wet verplicht een Ondernemingsraad op te richten. Natuurlijk was Peter daar actief.

Peter: een vriendelijke man met warme belangstelling voor zijn collega´s. Dat bleek ook uit de grote belangstelling bij de crematieplechtigheid op 17 februari. Wat ons allen in Peter trof was zijn belangstelling voor zijn medemens, tot het laatste toe. Hij liet ons een afscheidskaart na, we ontvingen een foto van een zwaaiende Peter, boven, tussen de kantelen van een kasteel met als tekst:

BEDANKT DAT JULLIE GEKOMEN ZIJN.
IK WILDE JULLIE ZELF NOG EVEN GEDAG ZWAAIEN.
HET GA JULLIE GOED.
VEEL LIEFS, PETER VAN HOEK

Nettie Moors

SLBO / 4 april 2016

 

20150715 Bij het overlijden van Dirk Grutterink (1941-2015)

Op 15 juli 2015 is ons lid Dirk Grutterink overleden. Dirk kwam in de tachtiger jaren als uitzendkracht bij de toenmalige NBD binnen en ging werken bij de voorraadafdeling, die niet lang daarvoor van start was gegaan en – wat administratieve procedures betrof – nog enigszins in een experimenteel stadium verkeerde. Hij had in Leiden gestudeerd, was in zijn studierichting op academisch niveau werkzaam geweest en dus niet iemand, die je onmiddellijk verwachtte als uitzendkracht aan te treffen. Voor zover wij dat vanuit het bedrijf konden overzien, had hij kennelijk behoefte even een pauze te nemen en zich te beraden op de voor hem liggende toekomst.

Op twee manieren viel hij nogal op: als afgestudeerde Leienaar paste hij niet helemaal in de positie waarin hij binnen het bedrijf verkeerde. De collega´s waren niet gewend aan zulke types. Ten tweede stelde hij bij voortduring heel precieze vragen: waar komen de gegevens, die ik in handen krijg vandaan?, waar gaan ze naar toe?, waarom gaan ze daar naar toe?, wat er wordt er dan mee gedaan?. Dit in tegenstelling tot velen, die geheel tevreden waren met het bericht dat iets gebeurde omdat het altijd zo gebeurd was.

Ben Evertse (inmiddels ook al overleden), die de leiding had over de voorraadafdeling kon directeur worden van de Bibliotheek in Wageningen en verliet het bedrijf voordat wij een ervaren boekenman of -vrouw in zijn plaats hadden kunnen aantrekken. Dirk, die totaal geen ervaring had in het boekenvak, heeft ons toen een aantal maanden gered op basis van zijn kritische precisie. Voortdurend vragen waarom? waarom?. Later zouden sommigen daar best veel problemen mee krijgen, maar het is heel nuttig voor een bedrijf een enkeling in huis te hebben, die zich niet neerlegt bij de gedachte, dat iets altijd al zo gebeurd is.

Met dezelfde detail kritische en ver vooruitziende blik bracht Dirk, die uiteindelijk tot zijn pensioen bij de NBD en later NBD Biblion gebleven is, collega´s en superieuren soms tot razernij en wanhoop. In mijn optiek heeft hij desalniettemin veel goed werk verricht, met name bij het testen van computerprogrammatuur door zich voortdurend af te vragen welke zelden voorkomende samenloop van omstandigheden in later stadium tot ernstige problemen zou kunnen leiden en waar je dus nu al iets aan moest doen. Het behoeft geen toelichting dat er dan wel eens verschil van mening ontstond, of die problemen zich werkelijk dramatisch zouden kunnen ontwikkelen als die zeldzame samenloop zich echt zou gaan voordoen.

In mijn ogen heeft Dirk – geheel op zijn eigen manier – een fundamentele bijdrage geleverd in het groeipad van de toenmalige NBD en later NBD Biblion. Hij is veel te vroeg overleden maar heeft in elk geval door zijn precisie en inzet duidelijke en niet snel te vergeten sporen achtergelaten. Ik hoop, dat dit Jill, de kinderen en zijn familieleden tot troost zal strekken bij het overlijden van iemand, van wie iedereen dacht, dat hij nog een ruim aantal gezonde jaren voor zich zou hebben. Jammer, jammer.

Aart Blom

SLBO / 18 juli 2015

 

20150418 Dries de Groot overleden

Met vertraging kwam onze vereniging ter ore, dat Dries de Groot, die van 1 januari 1986 tot zijn 65ste verjaardag (op 14 april 1996) bij de NBD in Leidschendam portier is geweest, verleden jaar is overleden en wel op 18 april 2015. Reeds bij oprichting van de Vereniging Senioren Landelijke Bibliotheek Organisaties vernamen wij, dat hij geen lid wilde worden vanwege zijn slechte gezondheid. Degenen, die in Leidschendam hebben gewerkt zullen zich herinneren, dat de NBD over een gezellig groepje portiers beschikte. Enerzijds zaten zij heel alleen in hun portiersloge maar iedereen kwam bij hen langs. Dat waren niet alleen de eigen medewerkers maar ook de talloze chauffeurs en anderen, die frequent aan de Veursestraatweg kwamen om goederen af te leveren of diensten te verrichten.

Omdat er vóór ieder ander die binnenkwam al een portier moest zijn en omdat de portier elke dag ook de laatst vertrekkende medewerker was, had de NBD daarvoor steeds twee functionarissen nodig. Zij deden elk zo´n 60% van een normale werkdag dienst. Er waren weinig of geen problemen met de portiersdienst, die het moest hebben van altijd sluitende en kloppende onderlinge afspraken. De ingang mocht nooit opeens een dagdeel onbezet blijven. Hoewel de portiers slechts bij de overgang van het werk contact met elkaar hadden, kon je spreken van een hecht en goed samenwerkend groepje, dat er altijd voor zorgde dat er geen gaten vielen en als het nodig was bleef wachten op vertraagde vrachtwagens of andere van het schema afwijkende gebeurtenissen. Soms was het nodig dat het gebouw toch toegankelijk bleef. Op de feestelijke viering van de 65ste verjaardag van Dries in het Green Park Hotel waren heel wat NBD-ers aanwezig. Menigeen zal zich Dries de Groot herinneren als een toegewijde en onmisbare schakel in het vlotte functioneren van het bedrijf en als een stabiele factor in het altijd gezellige groepje portiers, die iedereen kenden.
AB

SLBO / 15 februari 2016

 

20140801 Mady Ottenhoff overleden

Op vrijdag 1 augustus is op 80-jarige leeftijd ons lid en oud-collega Mady Ottenhoff overleden. Echt onverwachts was haar overlijden niet: ze was al geruime tijd ernstig ziek. De laatste keer dat de meesten van ons haar hebben ontmoet was vorig jaar december tijdens onze kerstviering bij het GemeenteMuseum.

Mady behoorde tot de eerste medewerkers van de Centrale Vereniging, de voorloper van het NBLC. Haar loopbaan begon aan de Bezuidenhoutseweg en duurde de hele periode aan de Taco Scheltemastraat. Al die jaren was zij werkzaam bij de financiële administratie. Zij was beslist geen onopvallende collega. Mady was altijd duidelijk aanwezig. Haar opinie stak ze nooit onder stoelen of banken. Ook toen ze al gepensioneerd was uitte zij nog steeds duidelijk haar mening. Wanneer het niet mondeling kon, dan schreef ze wel een brief. Tot moeilijkheden leidde deze openhartigheid vrijwel nooit. Niet dat ze haar mening inslikte, maar door haar realiteitszin was er altijd wel een manier te vinden om tot een compromis te komen en weer eens hartelijk te lachen. Haar grote passie was heel lang dansen. Op de dansvloer glinsterden haar ogen en kwam ze helemaal los. En wanneer ze je complimenteerde met jouw danskunst dan meende ze dat ook ten volle.

Mady was ook een van die typische NBLC-collega’s waar verhalen over te vertellen waren. Een van de meest vertelde verhalen over haar ging over het NBLC-dagje uit naar Brussel. Ze had zich verslapen en kwam hijgend op het Holland Spoor aan. Daar ontdekte ze dat ze nog even tijd had om alsnog haar panty aan te trekken. Dat nam echter meer tijd in beslag dan ze had gedacht. Toen ze weer op het perron verscheen kon ze niets anders doen dan de trein uitwuiven. Niet getreurd. Mady was sterk in het vinden van oplossingen. Ze nam de trein naar Brussel die een uur later vertrok en ging in Brussel op de Grote Markt op een terrasje zitten uitgaande van de terechte mening dat ons gezelschap op een bepaald moment wel op die plaats zou verschijnen. Toen dat inderdaad gebeurde moest ze wel hard achter de bus aanrennen.

Mady werd al kort na de oprichting lid van de SLBO. Het ontmoeten van en het praten met al die oud-collega’s vond ze heerlijk. Ze vond wel, dat onze uitstapjes te veel boekgericht waren, maar dat was ook weer geen ramp: er was immers nog zoveel te bepraten. Die gesprekken zijn nu helaas voorbij. Haar voormalige gesprekspartners en alle andere oud-NBLC’ers zullen haar missen.

WZ.-
SLBO / 5 augustus 2014

20140516 José van Bethlehem overleden

Er zijn van die mailberichten die je niet kan geloven wanneer je ze voor het eerst ziet.
Toen ik op de late vrijdagavond van 16 mei zoals gebruikelijk mijn mail bekeek viel er één op door de titel. Han Peters had mij een mail gezonden met als onderwerp “slecht nieuws”. Het bleek de mededeling te bevatten dat José van Bethlehem eerder op de dag aan een hartfalen was overleden. ‘Dat kan toch niet’ is dan je eerste reactie. Immers, nog op 30 januari nam José op een drukke receptie in Voorburg als hoofdredacteur en hoofd van de redactie van het Media-aanbod van NBD Biblion afscheid van haar collega’s en vele oud-collega’s. Twee weken later meldde zij zich al aan als lid van de SLBO. Uit ervaring wist ik dat het wel wat tijd zou kosten voordat zij het dwingende ritme van de weekproductie uit haar systeem zou krijgen. Maar al op de receptie vertelde ze mij dat zij en Maarten Tybout (haar partner sinds vele jaren) in april en mei weer naar hun vaste en geliefde vakantiebestemming Mexico zouden gaan: een ideale plaats om definitief in het ritme van een gepensioneerde oud-werknemer van NBD Biblion te komen.

Toen ik in 1975 bij het NBLC kwam werkte José daar al een paar jaar als redacteur voor de aanschafinformaties van de Lektuur Informatie Dienst. Toen een paar jaar later de hoofdredacteur bij een ongeluk om het leven kwam werd José benoemd als zijn opvolger. Het bleek een uitstekende keus te zijn. Tot aan haar pensionering begin dit jaar heeft José vorm gegeven aan en haar stempel gedrukt op het boekenaanbod en sinds enkele jaren ook op het aanbod aan andere media. Een paar honderduizend aanschafinformatieteksten heeft zij kritisch doorgelezen en waar nodig aangepast, meer dan 1800 weekproducties stelde zij zo evenwichtig mogelijk samen, talrijke boze uitgevers en schrijvers voor wie een a.i.-tekst nooit goed genoeg kan zijn wist zij op heel persoonlijke wijze weer tot rust te brengen en op de vaak uitgesproken persoonlijkheden van de redactieleden en sommige recensenten had ze steeds precies het juiste overwicht. Dat was geen zware druk, want daar hield José niet van. Zij die het wisten wezen er wel eens op, dat je bij José kon merken dat ze niet alleen Nederlands maar ook Rechten had gestudeerd. Haar zinnen waren niet alleen goed van opbouw, maar ook perfect van inhoud. Soms moest een luisteraar wel het begin of eind van zo’n zin missen, want José placht nog wel eens een zin te beginnen net voordat ze een kamer binnenstapte om de laatste woorden te uiten wanneer ze al weer op weg was naar buiten.

Met één ding had José moeite: lof. Ze was van nature verlegen en viel het liefst niet op. Haar bureaus stonden dan ook niet midden in de afdeling, maar bij voorkeur aan de zijkant waar ze alles goed kon overzien. Toen zij zich een keer kandidaat had gesteld voor de ondernemingsraad vertelde zij mij als haar campagneleider heel duidelijk dat zij beslist geen toespraak zou houden op de campagnemiddag. Ze werd natuurlijk ook zonder die toespraak gekozen. Ze voelde zich altijd onprettig wanneer ze in het centrum van de belangstelling kwam te staan. Ook de afscheidsreceptie van januari wilde ze eigenlijk niet. Nadat er van verschillende kanten (ook door mij) druk op haar werd uitgeoefend gaf ze zuchtend toe. Zij zette wel een stempel op de receptie door een heleboel oude collega’s uit te nodigen waarvan sommigen elkaar in dertig jaar niet gezien hadden. Het werd een plezierige middag waaraan velen, zeker nu, met een (misschien wat trieste) glimlach terug zullen denken.

De vakantiereis was een succes. Maar op Schiphol kreeg José kort na aankomst van de vlucht uit Mexico een hartstilstand. Haar thuisreis kreeg ineens een heel andere betekenis.

Wolter van der Zwaan.-

20140314 Rudi van der Velde overleden

Op 14 maart is tijdens zijn vakantie ons lid Rudi van der Velde bij een ongeluk overleden. Rudi werd geboren op 25 oktober 1937. Rudi studeerde wiskunde en natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1963 was hij een van de oprichters van de Studentenvakbeweging. Politiek was hij uiterst links. Zo was hij enige tijd bestuurslid van de CPN en zat hij voor die partij in de gemeenteraad van Amsterdam. In 1970 werd hij wethouder van Onderwijs en Jeugdzaken. Hij bleef dat tot 1980. Daarna was Rudi een periode adviseur voor Informaticabeleid van de gemeente Amsterdam.

De bibliotheekwereld leerde Rudi van der Velde kennen toen hij in 1990 werd benoemd tot directeur van het NBLC als opvolger van Dick Reumer. Rudi was achtereenvolgens directeur van de vereniging NBLC, de stichting NBLC en Biblion BV. Die veranderingen van organisatievorm waren mede het gevolg van het door hem gevoerde beleid. Rudi dacht groot. Soms te groot. Het duidelijkst is dat tot uiting gekomen in 1994 in de verhuizing van het NBLC naar een groot pand aan de Platinaweg in Den Haag. Die verhuizing had het voordeel dat het hele NBLC inclusief de LBC in één pand gevestigd werd. Maar er was ook een nadeel: de financiële positie van het bedrijf kwam onder druk te staan. Die zwakke positie was er de oorzaak van dat in de volgende jaren nogal wat activiteiten van het NBLC ingekrompen of zelfs gestaakt moesten worden. Dat leidde tot onrust in het bedrijf. Mede door Rudi’s zwakke inlevingsvermogen ontstonden er regelmatig conflicten o.a. tussen de ondernemingsraad en de directeur. Dat leidde er toe dat een reeks aangekondigde ontslagen werd aangevochten bij de rechter. De vonnissen waren meestal in het voordeel van de werknemers.

Los van de conflicten kon Rudi echter ook een heel charmante en onderhoudende gesprekspartner en gastheer zijn. Wat Rudi heel goed kon was onderhandelen. Ik heb samen met hem onderhandelingen gevoerd bij het bureau van de grammofoonplatenindustrie en later in een driemanschap met Rob Kooijman bij BUMA/Stemra over auteursrechten. In deze situaties was Rudi op zijn best: vriendelijk, hard, humoristisch, heel slim en resultaatgericht. De ervaring die hij tijdens zijn politieke loopbaan had opgedaan werd heel knap door hem gebruikt. Nadat Biblion was overgenomen door het softwarebedrijf AND verdween Rudi snel uit beeld. Hij bleef echter als bestuurslid en adviseur nog wel betrokken bij de afwikkeling van bepaalde zaken van de stichting NBLC en van Biblion.

Rudi was een van de eersten die zich opgaven als lid van de SLBO. In de eerste jaren nam hij ook regelmatig deel aan de activiteiten van onze vereniging .Hij ging o.a. korte verhalen schrijven. Een paar jaar geleden presenteerde hij vol trots de door hem geschreven SF-roman “De hoed van Einstein”. Dat is een vlot geschreven boek voor jongeren waarin op een originele en begrijpelijke manier de relativiteitstheorie wordt verduidelijkt. Met dit boek liet Rudi een verrassende nieuwe kant van hemzelf zien.

Tijdens een vakantie op de Kaapverdische Eilanden om samen met zijn kinderen het verlies van zijn tweede vrouw te verwerken is Rudi van der Velde op 14 maart verongelukt. Hij werd door een grote golf in de branding op het strand geworpen en brak daarbij zijn nek.

Een plotseling einde van een ondanks alle tegenstrijdigheden boeiende persoon.

W. van der Zwaan.

20140304 Dika Mual overleden

Op 4 maart overleed Dika Mual. Voor de meesten die haar kenden was dat niet echt een verrassing. Dika was al een paar jaar ernstig ziek. De laatste keer dat ik haar ontmoette was vorig jaar september op de boekenmarkt op het Korte Voorhout. Ze liep weer rechtop, speurde actief naar boeken die haar interesseerden, reageerde enthousiast op mijn aanwezigheid en praatte honderduit. Het was net of de oude Dika er weer was. Het bleek een korte opleving te zijn die het resultaat was van een beenmergtransplantatie. Korte tijd later stootte haar lichaam ook deze transplantatie af en verdween de hoop.

Dika kennen was, zoals wij nu best mogen erkennen, een voorrecht ook al viel dat soms niet mee. Dika was bijzonder. Met Dika werken, met Dika onderweg zijn, met Dika iets ondernemen: het was altijd enerverend en verrassend. Er gebeurde altijd wel iets onverwachts. Dika was een van die mensen waar over gepraat wordt en waarover anekdotes worden verteld. Ze ging in het begin van de jaren ’80 werken bij de Dienst AVM van het NBLC. Een van haar taken was het voeren van de voorraadadministratie van de afdeling Muziek van die dienst. Dat paste bij haar, want Dika kon goochelen met cijfers. Hoe ze de administratie precies voerde is ons nooit duidelijk geworden. Dika was een meester in het opzetten van eigen systemen die voor derden onbegrijpelijk waren. Maar het resultaat telde: het klopte altijd! Wij moesten ook wel aan Dika wennen. Haar “ja” was ja door dik en dun en haar “Nee” bleef nee al stonden de anderen ook op hun kop. Wanneer je het daarmee niet eens was legde ze het wel even uit… in het Maleis. Dika dacht in het Maleis. Dat bleek uit haar regelmatig geslaakte uitroepen van irritatie of enthousiasme. Het in het Maleis denken had ook als bijwerking dat Dika zich niets aantrok van de in het Nederlands gevoerde gesprekken om haar heen wanneer ze aan het werk was. Ze was altijd super-geconcentreerd. Je zou een kanon hebben kunnen afschieten: Dika merkte het niet.

Dika hielp iedereen die in moeilijkheden raakte. Ze deed dat spontaan en ongevraagd en vaak heel praktisch. Zo leerde ze gebarentaal om met haar doofstomme buurmeisje te kunnen communiceren. Ze was gek op haar huisdieren. Haar hondje ging in de jaren ’80 vaak met haar mee op reis. En haar poezen werden verwend. Wij woonden dicht bij elkaar en zorgden wanneer we ergens naar toe moesten voor elkaars poezen. Ook belde ze mij in die tijd wel eens ’s avonds laat op om de weg te vragen. Dika bezat namelijk absoluut geen richtinggevoel. Soms verdwaalde ze op weg naar huis. Zo’n telefoongesprek begon altijd surrealistisch: “Ja, eh, met mij (ze noemde nooit haar naam)…weet jij waar ik ben?” Mijn antwoord “in een telefooncel” was altijd juist (het was nog in de tijd van voor de GSM), maar het was niet altijd duidelijk waar die cel nu precies stond. Wanneer ik dat had uitgevonden werd er met behulp van een plattegrond een route uitgestippeld naar een plaats die Dika bekend was zodat de weg naar huis gevonden kon worden.

Toen in 1994 de dienstverlening van de afdeling Muziek sterk werd ingekrompen ging Dika werken bij de Dienst Boek en Jeugd waar zij o.a. betrokken was bij de aanschaf van antiquarische boeken. Toen het NBLC uit elkaar viel ging zij werken bij het Letterkundig Museum waar zij betrokken was bij het opzetten van de heel bijzondere jeugdcollectie. We zagen elkaar niet vaak meer, want we waren beiden verhuisd en woonden te ver van elkaar om nog voor de poezen van de ander te kunnen zorgen. Toen Dika ziek werd moest ze haar poes definitief onderbrengen bij haar zuster. Ze was moe, heel moe. Ze verontschuldigde zich dat ze niet meer antwoordde op aan haar gestuurde post. “Het gaat niet meer” zei ze me. En nu is het echt over. Maar vergeten doen we haar niet. Er komen nog heel wat momenten waarop iemand (bijvoorbeeld bij de SLBO) met een herinnering komt in de geest van “weet je nog wel met Dika…”. Want Dika was echt bijzonder.

Wolter van der Zwaan.

SLBO / 26 maart 2014

 

20130330 Riny Bleeker overleden

Op 30 maart 2013 is na een korte ziekte ons bestuurslid Riny Bleeker-Hoster overleden. De vroegere directiesecretaresse van de NBD is 84 jaar oud geworden.

De eerste ontmoeting met Riny, in de toenmalige omgangsvormen voor mij natuurlijk Mevrouw Bleeker, staat mij helder voor de geest. De NBD zat op de Waldorpstraat, het was eind 1979, net vóór het jaar waarin het bedrijf besloot naar Leidschendam te gaan verhuizen. Na een start in 1970 met twee of drie medewerkers waren we snel gegroeid naar enkele tientallen personen op de loonlijst.

Van der Hoeven en ik, die toen de directie voerden, dachten dat we dringend behoefte kregen aan iemand voor personeelszaken. Beiden wisten we prima hoe het toeging in kleine bedrijven als boekhandels en uitgeverijen, waar een personeelsbestand van 10-15 mensen al heel groot is. Ten opzichte van een grotere en tamelijk gevarieerde populatie voelen we ons zo langzamerhand tekort schieten. We kregen behoefte aan kennis van zaken op dat gebied. Riny kwam bij de NBD solliciteren, ik ontving haar. Een struise dame, die meteen een verpletterende indruk maakte. Ze kwam over als daadkrachtig, efficiënt en tegelijkertijd charmant. Na enkele minuten dacht ik, “die moeten we hebben”. Zoals gezegd was het bedrijf in een snelle groeifase. Het enige bezwaar was dat Riny (net als wij) ook niks wist van personeelszaken. Ze had er nooit mee te maken gehad.

Desalniettemin konden we best zo’n personage gebruiken als er toen voor mij zat. Gauw van der Hoeven er bij gehaald, ik kon de beslissing moeilijk helemaal op mijn eentje nemen. Die deelde mijn conclusie. Hier zit iemand voor, die van alles voor ons kan regelen, organiseren en in de gaten houden. Zo gezegd zo gedaan. Riny heeft zich enkele weken of maanden à l’improviste enigszins met de personeelszaken bemoeid. Snel daarna kwam Mevrouw van Spelde bij de NBD binnen, die jaren ervaring had en die we alle drie met genoegen de problemen en probleempjes overdroegen, die zich in een groeiend bedrijf met een behoorlijk uiteenlopend bestand gingen voordoen. Riny kwam het secretariaat versterken en werd onze steun en toeverlaat. Zij zag wat er moest gebeuren en had binnen de kortste keren een feilloos gevoel voor de manier van aanpak, die bij van der Hoeven en mij in goede aarde viel. Of misschien was het eigenlijk andersom en wist zij ons snel te dresseren. Mijn toenmalige baas was een ontzettend inspirerende man om mee te werken, maar je moest wel met hem kunnen omgaan. Sommigen hadden daar wel eens moeite mee. Riny (zoals U begrijpen zult) geen moment.

Na de verhuizing naar Leidschendam en de pensionering van Van der Hoeven groeide het bedrijf verder, veranderde de directie van samenstelling. Maar Riny bleef. Zij was een vast onderdeel van de bedrijfsvoering, gaf altijd uitstekende analyses over de vraag wie je serieus moest nemen en wie niet. Zowel binnen het bedrijf als buitenshuis. Voor mij was het heerlijk dat ze veel werk zelf zag en dat ze zich erg betrokken voelde bij het bedrijf.

Een bepaald ogenblik was ze gemeen gevallen over een losliggende tegel en had ze één arm in het gips. Geen aarzeling om toch naar kantoor te komen toen ze een reclame-aanbieding van een taxibedrijf ontdekte, dat je tegen een vaste, vriendelijke prijs door heel Den Haag en randgemeenten wilde vervoeren. Zo werd haar inzet niet te duur voor de zaak. Het was een lange rit tussen de Traviatastraat en de NBD. De chauffeurs rilden al bij de gedachte als er ’s morgens met vermelding van haar huisadres gebeld werd voor een ritje en ’s avonds andersom. Op zekere dag had ik een bezoeker uit de DDR en Riny kwam binnen met de koffie. De man zette grote ogen op bij het tafereel en meldde mij geschokt, dat er in zijn thuisland in ieder geval sociale voorzieningen bestonden, die er voor zorgden dat mensen met hun arm in het gips niet hoefden te werken.

Ophouden met werken op je 65ste was een gedachte, die Riny met kracht verwierp. Zo werd het mogelijk, dat wij in de nazomer van 1995, haar 50-jarig arbeidsjubileum konden vieren. In de zomer na de bevrijding had ze haar schoolopleiding afgerond en was ze gaan werken. De snelle rekenaar beseft, dat ze toen inmiddels 67 was geworden. Na dat jubileum is ze nog bijna een jaar bij ons blijven werken.

Als ik achteraf terugkijk op de kleine zeventien jaar, die Riny en ik samen bij de NBD hebben doorgebracht, komt één gedachte prominent naar voren. Je weet het nooit helemaal, maar ik weet het wel bijna zeker, dat Riny in mijn gezicht altijd precies hetzelfde heeft gezegd als tegen anderen, wanneer ik er niet bij was. Als ze het optreden van de directie in een bepaalde situatie nu niet zo geslaagd vond, dan kreeg de directie dat te horen.  Mutatis mutandis verwacht ik dat heel veel mensen, die haar gekend hebben, net zulke ervaringen met haar hebben gehad. Voor mij is dit de manier, waarop ik mij haar heel graag wil herinneren.

Aart Blom, NBD – Nederlandse Bibliotheek Dienst 1970 – 2002

SLBO / 9 april 2013