20181001 In memoriam Anne de Vries (1944-2018)

Toen Anne in 1984 werd aangenomen in de functie van Hoofd Dienst Boek & Jeugd (zo heette dat toen), kenden we hem al een beetje, omdat hij ook als bezoeker een aantal keren bij ons was geweest. Hij was toen bezig aan zijn proefschrift over de geschiedenis van de opvattingen over kinderliteratuur vanaf 1880, en hij maakte gebruik van de documentatie die Boek & Jeugd bezat. Het proefschrift verscheen in 1989 onder de titel ´Wat heten goede kinderboeken´. Als hoofd werd hij niet zozeer de baas, maar meer een meedenkend hoofd, die de medewerkers van de dienst kon inspireren en stimuleren. Hij dacht mee over het opzetten van leesbevorderings-projecten en van de Nederlandse kinderjury, en discussieerde met ons over beleid en toekomstvisie, over automatisering van de catalogus en later over de samenwerking – of misschien moet ik zeggen – de fusie van een deel van de dienst, met het Letterkundig Museum.

Hij schreef ook regelmatig artikelen voor Leesgoed en voor andere tijdschriften, zoals Literatuur zonder leeftijd en het Lexicon van de Jeugdliteratuur. Zijn SLAA-lezing over ´Het verdwijnende kinderboek´ maakte heel wat discussies los in kringen van beoordelaars en juryleden. Hij pleitte daarin voor een beoordeling van het kinderboek, die ook rekening houdt met de eisen van kinderen. Je kon merken dat zijn liefde meer lag bij de inhoudelijke kant van het werk, dan bij de managementtaken als hoofdenoverleg, functioneringsgesprekken of dienstoverleg. Maar als hoofd was hij de beste baas die we ooit hebben gehad, zoals een collega het zei. Hij was meer een maatje, die met je meedacht, die je dicht bij je doel hield, en zorgde voor een relativerende gedachte. Geliefd was hij ook door zijn humorvolle en spitsvondige speeches. Hij was een mensenkenner en had voor iedereen een passend woord, intelligent, goed doordacht, of soms voor de vuist weg, maar altijd raak en liefdevol.

Toen we in 1994, bij de verhuizing van de Taco Scheltemastraat naar de Platinaweg, werden gereorganiseerd en uiteenvielen in een tak ´leesbevordering en publicaties´ ondergebracht bij de Stichting NBLC, en een tak ´Informatiecentrum´, behorende bij de Vereniging, bleef Anne hoofd van het laatste deel. Al vroeg pleitte hij voor een Museum voor Jeugdliteratuur, een voorstel tot het behoud van oude kinderboeken en zag hij de noodzaak van een centrale catalogus voor meer onderzoek op dat gebied. In zijn proefschrift was de elfde stelling dan ook, dat de staat de Nachtwacht zou moeten verkopen om collecties oude kinderboeken te kunnen behouden voor Nederland! Op grond van zijn kennis zat hij ook in jury´s als die van de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur, de Nienke van Hichtumprijs, de Griffeljury en de jury voor de Gouden Zoen. Als je met hem in een jury, of een commissie zat, en je reisde samen, meestal in zijn auto, kon je je verheugen op een gezellige reis, waarin over van alles gekeuveld kon worden. Niet alleen over het werk, maar ook over persoonlijke zaken, waarin hij altijd interesse toonde. En als er dan een naborrel was, kon Anne ook daarvan genieten. Hij hield van de gezelligheid van samen koffie drinken of samen lunchen in de kantine. Toen in 1997 De Stichting NBLC opnieuw werd gereorganiseerd gingen de negen medewerkers van het Informatiecentrum, inclusief de Kinderboekencollectie en de vakbibliotheek, over naar het Letterkundig Museum. Daar werd Anne conservator, en was hij verlost van zijn managementtaken. Hij kreeg onder meer als taak het ordenen en archiveren van het archief van zijn vader. Toch lag zijn echte liefde bij het onderzoek naar kinderliteratuur van alle tijden, zoals zo mooi op de rouwkaart is vermeld. Dat kon hij wel enigszins uitoefenen bij de Koninklijke Bibliotheek waar hij ook gedetacheerd werd en hij publiceerde in 2000 dan ook de bloemlezing van kinderpoëzie met de titel ´Van Alphen tot Zonderland´. Toen hij voor zijn gevoel klaar was met zijn werk in de Koninklijke Bibliotheek besloot hij met vervroegd pensioen te gaan en na ampele overwegingen toch de biografie van zijn vader te gaan schrijven. Ook al had hij – en ook anderen – bedenkingen of hij als zoon wel voldoende afstand had om de biografie van zijn vader te schrijven kreeg hij na verschijning van ´Een zondagskind´ in brede kring lof toegezwaaid over het boeiende, feitelijke en goed gedocumenteerde levensverhaal. In het voorjaar van 2013 werd hij geëerd met een prijs van de Stichting Geschiedenis van de Kinder- en Jeugdliteratuur, de Hiëronymus van Alphenprijs, omdat hij behoort tot de pioniers van het wetenschappelijk onderzoek naar jeugdliteratuur. Daar was hij erg mee verguld, zoals de aanwezigen konden vaststellen. De laatste jaren besteedde hij zijn vrije tijd weer aan het onderzoek naar de herkomst van baker- en kinderrijmen. In 2015 verscheen ´Mijn moeder heeft de pee aan mij´, een geannoteerde selectie van rijmen en liedjes ´die nog op eigen benen kunnen staan´. Zijn dood kwam voor ons erg onverwacht, vooral omdat we elkaar niet heel vaak meer ontmoetten. Anne was ook een beetje de wetenschapper-kluizenaar, die ´het liefst met een boekje in zijn hoekje zat´ zoals een collega van de KB ooit zei. Gelukkig laat hij een groot oeuvre van waardevolle publicaties op het gebied van de kinderliteratuur na. Voor ons was hij het gedroomde hoofd en een vriend die we met warmte zullen blijven gedenken.

Rian van de Sande

In memoriam  Loes van den Berg 3 juni 2018

Nog voor de leeftijd waarop je in lang vervlogen tijden volgens de regelingen in de bibliotheekwereld met pensioen zou hebben kunnen gaan is Loes van den Berg (10 augustus 1960 – 3 juni 2018) overleden. Niet een beetje te vroeg maar heel veel te vroeg. Loes was een opgewekte en daadkrachtige persoon. Lees meer

20180226  In Memoriam: Henk Habiboelah

Op 29 januari 2018 is Henk Habiboelah overleden. Meer dan dertig jaar werkte hij bij de NBD en bij NBD Biblion.Uit de overlijdensannonce bleek dat hij in 1947 geboren is in het District Commewijne. Naar alle waarschijnlijkheid (de archieven van NBD Biblion laten dat niet precies zien) is hij naar Nederland gekomen in de jaren rond de onafhankelijkheid van Suriname en heeft hij in een heel andere omgeving -klimaat, cultuur, mogelijkheden en eisen- een nieuw bestaan moeten opbouwen. Voor zover dat vanuit de sfeer van zijn werk te beoordelen was, is hem dat voortreffelijk gelukt. Op 29 januari 1979 kwam hij bij de NBD, toen nog in de Waldorpstraat in Den Haag en niet lang daarna (vanaf oktober 1982) in Leidschendam. We leerden Henk -officieel hadden we Hendrik moeten zeggen- kennen als een toegewijde, betrouwbare medewerker bij de expeditie. Altijd vriendelijk en goed gehumeurd en betrokken bij het onderlinge sociale verkeer van de medewerkers. Grote toewijding viel bij hem te constateren aan de gemeenschap van de moskee, waar hij deel van uit maakte. Als het bedrijf van spullen af wilde die plaats moesten maken voor nieuwere, kende Henk er in of rond de moskee vaak nog wel een gebruiker voor.

Na zijn pensionering op 31 oktober 2010 bleef Henk graag contact houden met zijn oude collega´s. Hij bezocht regelmatig de bijeenkomsten van onze Seniorenvereniging. De laatste keer zou dat nog in Gouda geweest zijn op 12 december maar door de slechte weersomstandigheden heeft hij toen moeten afzeggen. Op 3 februari is de dienst van Woord en Gebed gehouden in de Moskee Jamaat al Imaan, waar verschillende leden van onze vereniging aanwezig waren om onze collega op zijn laatste weg te begeleiden. Namens ons allemaal is deelneming betuigd aan de familie en zijn bloemen gestuurd. Het is een van de elementen, die het bestaan van onze Vereniging Senioren Landelijke Bibliotheek Organisaties zo waardevol maken: met een herinnering op de website kunnen wij het beeld van gewaardeerde collega´s, die deel uitmaakten van onze eigen geschiedenis nog lang vasthouden. Henk hoort zeker tot degenen, die zullen beklijven in het geheugen van allen, die in de jaren tussen 1979 en 2010 bij de NBD gewerkt hebben!
AB

20180302 Dia Posthuma overleden

Op 2 maart is ons bestuurslid Dia Posthuma overleden. Het afscheid van Dia heeft in besloten kring plaats gevonden.

20170818 In Memoriam Siem van Hanswijk

Op 18 augustus 2017 is Siem van Hanswijk overleden, de man die jarenlang voor de NBD alle werkzaamheden heeft verricht waarvoor een erkende elektricien noodzakelijk was. Eerst nog vanuit zijn eigen bedrijf en vanaf 1 juni 1983 in vaste dienst als eerste medewerker van de toenmalige Afdeling Techniek. Op dat ogenblik kwam er zeker geen nieuweling bij de NBD in dienst, iedereen kende hem al lang. Dat betekende dat er een vertrouwd en bekend persoon door het inmiddels veel uitgebreidere complex in Leidschendam liep om problemen met spoed te verhelpen. Zo´n iemand had daar zeker een dagtaak. Voordien, toen de NBD nog aanmerkelijk kleiner van omvang was en geen Afdeling Techniek kende, konden wij het nog wel af met iemand die door ons oproepbaar was.

Voor de leiding van het bedrijf was het een geruststellend gevoel dat wij vanaf dat ogenblik een erkende vakman voor elektrotechniek in eigen huis hadden. Iemand met wie wij allang ervaring hadden en die evenzeer ervaring had met ons. Zonder omhaal regelde hij wat geregeld moest worden. Siem was een aangename persoonlijkheid die door ons gezien werd als een rots in de branding en van wie wij zeker waren dat hij elke storing kon verhelpen of -beter nog- elke storing al zo tijdig zag aankomen dat deze helemaal niet verholpen behoefde te worden. Hij had allang maatregelen genomen.

Op 1 juni 1993 heeft Siem gebruik gemaakt van de toen geldende Tijdelijke Uittredingsregeling Openbare Bibliotheken (TUROB), waarna hij in eigen kring nog bezig is geweest om zich nuttig te maken met zijn kennis en ervaring. Op 84-jarige leeftijd is hij uit ons midden verdwenen nadat hij sedert het oprichten van de SLBO nog veelvuldig de bijeenkomsten had bezocht en aan activiteiten had deelgenomen. Als overgroot-opa laat hij een ruime familiekring na, die hem ongetwijfeld heel erg zal missen.
AB

 

20170128 In memoriam Rob Blei

Op 28 januari is Rob Blei aan een hartstilstand overleden, hij was slechts 65 jaar oud. Rob heeft bijna zijn hele arbeidzame leven gewerkt bij het NBLC, de opvolgers en dus uiteindelijk bij NBD Biblion. De rode draad door zijn loopbaan was ICT.

Toen Rob in 1978 bij het NBLC begon te werken stond de automatisering nog in de kinderschoenen. De Openbare Bibliotheken begonnen zich toen net te oriönteren op geautomatiseerde uitleen- en catalogussystemen. Rob Kooyman was de enige medewerker bij het NBLC die verstand had van automatisering en die de bibliotheken kon voorlichten over deze nieuwe ontwikkelingen. Rob Blei werd aangetrokken omdat er behoefte was aan meer deskundigheid op dit gebied bij het NBLC. In het begin was er nog even de illusie dat de automatisering landelijk kon worden gecoördineerd. Maar binnen de korstte keren, in de bekende traditie van de Openbare Bibliotheken , buitelde men over elkaar om allerlei verschillende systemen aan te schaffen.

Het gaat hier echt over het prille begin van de automatisering. Data werd nog opgeslagen op ponskaart en op tape. Rob heeft het allemaal meegemaakt. De eerste kantoor PC, de eerste online raadpleegbare databases, de CD ROM, de prille opkomst van het Internet. Het begin van de digitale dienstverlening van het NBLC met titelbeschrijvingen op tape. Databases als de LITErom op CD ROM en later online raadpleegbaar. Rob was bij al deze ontwikkelingen betrokken. Het is nu nauwelijks meer voor te stellen welke ingrijpende veranderingen in deze jaren hebben plaatsgevonden. Het NBLC kreeg in 1980 een afdeling Automatisering, waar ook Rob deel van uitmaakte. Rob heeft zich zowel met de interne automatisering bezig gehouden als met de automatisering bij de bibliotheken. De automatisering op deze twee terreinen werd ook steeds meer met elkaar verknoopt.

Rob was een zeer nauwkeurige automatiseerder, hij had diepgaande kennis van de materie en wist tot in de details waar hij het over had. Zoals bij veel automatiseerders was de keerzijde van deze deskundigheid ook een dosis eigenwijsheid die hem niet altijd in dank werd afgenomen.

Rob was wel een geheel atypische automatiseerder. Hij was namelijk ook iemand die alle politieke/strategische ontwikkelingen in de bibliotheeksector uiterst gedegen bijhield. Rob was een van de best geïnformeerde medewerkers. Hij kon over elke ontwikkeling meepraten. Hij las, ongetwijfeld samen met Sonja op de bank, elke beleidsnota, elk rapport, bezocht alle relevante websites en las alle tijdschriften.

Een andere passie van Rob was het pensioenfonds van de Openbare Bibliotheken. In een tijd dat niemand zich interesseerde voor pensioenen is Rob zich hierin gaan verdiepen. Ook bij dit onderwerp weer met zijn gebruikelijke gedegenheid en nauwkeurigheid. Al snel was de Rob de vraagbaak geworden voor iedere collega met een pensioenvraag. Deze deskundigheid resulteerde uiteindelijk in de formele deelname van Rob aan een van de organen van het Pensioenfonds.

Het is buitengewoon triest dat Rob maar zo kort van zijn pensioen heeft kunnen genieten.

Wilco de Gier

 

20170807 In Memoriam Piet Groenewegen

Langs een grote omweg en met vertraging kreeg onze vereniging bericht dat Piet Groenewegen op 27 november 2016 op 93-jarige leeftijd is overleden. Sedert 1988, het jaar waarin hij recht kreeg op AOW -Piet Groenewegen was geboren op 24 september 1923-, trad hij in dienst bij de NBD als “oproepportier”. Er waren twee portiers in vaste dienst, van wie de ene ´s morgens vóór de eerste werknemers binnenkwamen aan zijn taak begon en de andere aan het einde van de dag als laatste het pand in Leidschendam afsloot. Uiteraard waren die portiers weleens verhinderd of namen ze vakantiedagen op. Piet Groenewegen, een aangetrouwde neef van onze vaste portier Dries de Groot, verving hen dan.

Hoewel hij dus niet met regelmaat aanwezig was kende iedereen Piet en Piet kende iedereen. Zoals het portiers betaamt hield hij van een praatje en mocht hij graag vertellen over zijn verleden in het beurtvaart- en transportbedrijf dat hij samen met zijn broer bestierde. Heen- en weervaren tussen Leiden en Amsterdam had zijn leven beheerst. Toen de SLBO in 2008 werd opgericht toonde hij onmiddellijk belangstelling en wilde hij graag lid worden en geïnformeerd blijven over alle activiteiten. Zijn leeftijd maakte het hem toen echter al niet meer mogelijk om naar onze bijeenkomsten komen.

In Piet Groenewegen verliest onze vereniging een belangstellend lid. Iemand die graag tot het laatst toe op de hoogte wilde blijven van de gang van zaken bij NBD, respectievelijk NBD Biblion en bij de collega´s die hij er in zijn werkzame periode gekend had. Deze zullen zich hem herinneren als iemand, die met plezier en inzet zijn taken vervulde en deel uitmaakte van het groter geheel.
A. Blom

20160712 Het laatste woord: Steef Stalenhoef overleden

Op 3 juli bedankte Steef Stalenhoef in zijn blog iedereen die de laatste jaren aandacht aan hem geschonken had. Het was zijn laatste blog en hij wist dat. Een paar dagen later is hij overleden aan de gevolgen van de spierziekte ALS. Ruim vijf jaar geleden werd de ziekte bij hem vastgesteld. Aan die ziekte is niet veel te doen. De mogelijkheden van het lichaam worden langzaam maar onherroepelijk kleiner. In de artikelen van zijn blog kunnen we die krimpende mogelijkheden in Steefs leven nalezen. Aan het eind voelde hij zich een gevangene in zijn eigen lichaam. Communicatie, juist een van Steefs sterkste punten, werd vrijwel onmogelijk, zeker toen het spreken niet meer ging. Uit de blogs spreekt echter nog iets anders. Steef was van nature een optimist. Ook in de situaties waarin het steeds minder ging kwam dat aangeboren optimisme naar voren. Het is te verwoorden als kijk wat er nog wel gaat en maak daar het beste van.

De optimistische instelling was een van de redenen waardoor het tussen Steef en mij altijd zo goed ging in de tien jaren waarin wij bij NBLC en NBD hebben samengewerkt. Wij dachten en handelden vaak in de zelfde richting. In de eerste plaats waren wij beiden geen bibliothecaris: wij kwamen uit het bedrijfsleven. Maar misschien waren bepaalde overeenkomsten in ons verleden nog belangrijker. Hij was vier jaar ouder dan ik, maar wij hadden onze jeugd in dezelfde buurt in Amsterdam beleefd. Als kind zong hij in het kerkkoor van dezelfde kerk als waar ik een paar keer met het jongenskoor van de muziekschool van het conservatorium gezongen heb in de Mattheus- en Johannes Passion. Later woonde hij op de Ceintuurbaan vlak bij de plaats waar ik als klaar-over medescholieren hielp om de straat over te steken op weg naar school. En nog later werkte hij bij een bedrijf in dezelfde straat als waar mijn vriendin woonde.

Steef kwam in 1980 bij het NBLC als adviseur microvormen. Al een paar maanden later werd hij benoemd tot hoofd van de dienst Audiovisuele media en daardoor mijn hoofd van dienst. Samen hebben we o.a. de CD bij de bibliotheken geïntroduceerd. Steef had wel een probleem: hij vond het schrijven van rapporten e.d. moeilijk. Ik ben dan ook meerdere keren in stilte actief geweest als zijn ghostwriter. Hij was daar dankbaar voor, maar het ergerde hem ook dat hij zoveel moeite had met het schriftelijk verwoorden van wat hij dacht en voelde. Later is hij daarom cursussen gaan volgen in creatief schrijven. Uit de boeiende stukken op zijn blog blijkt dat die lessen heel succesvol zijn geweest.

Na zo’n vijf jaar deed Steef iets ongehoords. Hij deed iets dat volgens mij niemand anders ooit heeft gedaan. Hij ging weg bij het NBLC en werd hoofd van de afdeling Beeld en Geluid van de NBD. In die jaren waren NBLC en NBD wel twee samenwerkende en op elkaar aangewezen bedrijven, maar het waren nadrukkelijk ook twee aparte bedrijven. Voor de samenwerking van Steef en mij maakte het niet veel uit. De introductie van de CD vond nu ook door de NBD plaats en dat betekende in de praktijk dat er een op de basiscatalogus van het NBLC gebaseerde startcollectie bij de NBD in de AVM-ruimte stond opgesteld. Bibliotheken die wilden starten met de CD of die hun collectie wilden aanvullen meldden zich meestal op woensdag in Leidschendam waar ze werden voorgelicht door Steef en mij samen. Het waren jaren van groei en enthousiasme. In 1990 vertrok Steef nogal plotseling bij de NBD. Hij was door het Japanse bedrijf waar hij werkte voordat hij bij het NBLC kwam,Fuji, gevraagd om een hun nieuwe verkoopkantoor in Nederland te leiden.

In de daarop volgende decennia kwamen Steef en ik elkaar zo nu en dan tegen. Meestal was dat bij een jubileum of afscheid en soms op een beurs. Het opvallende was dan dat ons gesprek gewoon doorging waar het een paar jaar tevoren was afgebroken. De laatste keer dat dat gebeurde was op 6 oktober 2010 in Leidschendam. Om het 40-jarig bestaan van de NBD naar voren te brengen had de SLBO een paar sprekers uitgenodigd om iets te vertellen over hun (vroege) ervaringen bij en met de NBD. Zowel Steef als ik behoorden tot de sprekers, evenals Maartje Haasbeek. Dat we elkaar na het officiële gedeelte weer van alles moesten vertellen spreekt vanzelf. We hadden er geen vermoeden van dat het ons laatste gesprek zou zijn. Korte tijd later werd bij Steef zijn ziekte vastgesteld.

Voorheen had ik vaak de neiging om aan het eind van een discussie of gesprek nog iets toe te voegen, het laatste woord. Dat werd mij niet altijd in dank afgenomen. Zo opent Steefs laatste blog. Het is een blog die hij niet meer kon uitspreken. Toch hoor ik zijn stem in mijn hoofd wanneer ik de tekst lees. Ook nu had hij het laatste woord. Het allerlaatste.
Wolter van der Zwaan.

SLBO / 12 juli 2016

 

20160709 Maartje Haasbeek overleden op 9 juli 2016

Als je van iemand dacht dat zij nog jarenlang in ons midden zou zijn, blijmoedig, positief en praktisch eeuwigdurend de strijd tegen ziekte en ongemak voortzettend, dan was het Maartje Haasbeek wel. Wanneer je haar belde ging het altijd stukken beter dan eerst, zouden er nieuwe behandelingen komen, die ongetwijfeld verbetering gingen brengen en moesten we nodig weer eens bijpraten.

Bij de oprichting van de NBD in 1970 was de Bibliotheekboekhandel Haasbeek al sinds jaar en dag een belangrijke speler op het terrein van ¨gereedgemaakte¨ boeken voor openbare bibliotheken. De eerste twintig jaar bleef dat zo. De NBD kreeg langzamerhand de meeste OB-en in Nederland als klant voor het nieuwe boekenaanbod maar Haasbeek was sterk in het leveren van reeds eerder aangeboden titels, die de NBD in die tijd niet na-leverde. Bovendien was toen de heersende leer, dat een bibliotheek eigenlijk pas een titel in de collectie mocht opnemen als er een aanschafbeoordeling was verschenen en de titel op de juiste wijze was beschreven. Gaandeweg veranderde die opvatting. Bibliotheken vroegen na-levering van reeds eerder aangeboden titels en het werd (heel voorzichtig) mogelijk veelgevraagde nieuwe titels al te leveren vóórdat de doordachte en verantwoorde titelbeschrijving en beoordeling helemaal af was. Ook was de NBD in de positie te investeren in automatisering. Voor een kleiner bedrijf als Bibliotheekboekhandel Haasbeek was dit veel lastiger. De verlangens van de bibliotheken daarentegen werden op dit gebied steeds omvangrijker.

Om een lang verhaal kort te maken, in 1989 nam de Stichting NBD de Bibliotheekboekhandel Haasbeek over. Een ingewikkelde overgangsperiode volgde waarin zowel de automatiserings-systemen van beide bedrijven gelijkgetrokken moesten worden als de cultuurverschillen zo goed mogelijk gladgestreken. De NBD probeerde voor zoveel mogelijk werknemers uit Alphen een plek te vinden in Leidschendam, maar het was onvermijdelijk dat er ook ontslagen moesten worden aangevraagd. En dat is een akelig proces.

Maartje werd het grote voorbeeld van voortreffelijk geslaagde integratie! Het zal voor haar zeker niet meegevallen zijn om een eigen bedrijf met hechte onderlinge binding op te geven en zich aan te passen in een veel groter en ook wel formeler en dwingender geheel. Met verbazing en bewondering heb ik toegekeken, hoe haar dat gelukt is. Hoe Maartje een belangrijke en onmisbare eigen positie veroverde in een heel anders gestructureerd bedrijf. Van de Bibliotheekboekhandel Haasbeek in het algemeen en van Maartje in het bijzonder leerden wij bij de NBD hoe je de omgang met de klanten toch een persoonlijk cachet kunt proberen te geven al gaat de communicatie in hoofdzaak via dozen, facturen en de giro. Maartje ging volop deel uitmaken van het sociale leven bij de NBD en hield ook na haar uittreding (als ik mij goed herinner wat nà haar 65ste verjaardag! ) allerlei contacten aan.

Omdat ze naar eigen zeggen al op vierjarige leeftijd aan het werk werd gezet in de boekhandel van haar ouders, hebben wij op een zelden voorkomend moment reeds haar 50-jarig jubileum in het boekenvak kunnen vieren. Het spijt mij enorm dat we nu allemaal haar negentig of honderdjarig jubileum zullen missen. Voor haar kinderen en kleinkinderen is het verlies echter des te groter, omdat er uit hun dagelijkse omgeving een heel bijzondere persoonlijkheid is verdwenen.

Aart Blom

20160404 In memoriam Peter van Hoek

Op 11 februari 2016 is Peter van Hoek overleden. Peter kwam op 18 november 1981 in dienst bij de NBD. Sindsdien kende iedereen Peter en Peter kende al zijn collega´s bij naam. Peter, voor velen van ons de oud-collega die werkzaam was op de Afdeling Automatisering van NBD Biblion. Peter is in september 2015 60 jaar geworden. Daarvoor was hij al enkele maanden ziek thuis. Ongeneeslijk ziek, zo vernamen we. En dan toch komt het bericht van zijn overlijden onverwacht.

Hoe herinner ik me Peter? Peter stond bekend als een heel vriendelijke man. Altijd pretlichtjes in zijn ogen, ook al was het onderwerp van het contact zakelijk van aard. Het was ook Peter, die altijd present was bij de borrel die we jaarlijks hadden vanuit de SLBO met de medewerkers van NBD Biblion. Dan leek het alsof we de draad zo weer oppakten en de gesprekken varieerden van serieus tot lachsalvo´s.
Het was ook Peter, die lid was van de eerste Ondernemingsraad. In die tijd een nieuw fenomeen bij de NBD. Bij 100 werknemers in vaste dienst was het volgens de wet verplicht een Ondernemingsraad op te richten. Natuurlijk was Peter daar actief.

Peter: een vriendelijke man met warme belangstelling voor zijn collega´s. Dat bleek ook uit de grote belangstelling bij de crematieplechtigheid op 17 februari. Wat ons allen in Peter trof was zijn belangstelling voor zijn medemens, tot het laatste toe. Hij liet ons een afscheidskaart na, we ontvingen een foto van een zwaaiende Peter, boven, tussen de kantelen van een kasteel met als tekst:

BEDANKT DAT JULLIE GEKOMEN ZIJN.
IK WILDE JULLIE ZELF NOG EVEN GEDAG ZWAAIEN.
HET GA JULLIE GOED.
VEEL LIEFS, PETER VAN HOEK

Nettie Moors

SLBO / 4 april 2016