In memoriam Yan Oh.

“Oh goed hoor”

Toen de SLBO op 16 april 2014 op voorjaarsexcursie ging naar Deventer werden we op de Brink verwelkomd door ons lid Yan Oh en zijn vrouw Olly. Yan was onze gastheer deze dag. Een zorgzame gastheer die ons om te beginnen opstelde voor de Waag waar een professionele groepsfoto van ons gezelschap werd gemaakt. De hele verdere dag tot aan het vertrek van de bussen aan de Ijsselkade overzag Yan het gebeuren en zorgde hij er ook voor dat alles goed ging. We waren ook niet toevallig in Deventer terecht gekomen. Yan, die vrij snel na zijn pensionering in Deventer was gaan wonen, had zelf aan Nettie en mij voorgesteld om zijn woonplaats te kiezen voor onze reis in 2014. In de voorbereidingstijd had hij regelmatig contact met onze secretaresse en had hij een aantal contacten gelegd waardoor het programma zonder enige wanklank verliep. Op de terugweg vonden we ook allemaal nog een boekje van een Deventer firma in onze bagage. Ook daarvoor had Yan gezorgd. De  collega’s die Yan echt kenden waren niet  verrast. Zij wisten, dat het organiseren van (grote) feesten, reünies en bijzondere bijeenkomsten een geliefde activiteit van Yan was. Hij was er een meester in. Toch  vertelde hij er bijna nooit over, net zo min als over de verre reizen die hij en zijn vrouw maakten en ook niet over zijn slechter wordende gezondheid. “Oh goed hoor” kreeg je standaard te horen als je hem vroeg naar zijn gezondheid, terwijl het voor de meesten wel duidelijk was dat het niet zo goed ging.  Op  woensdag 6 januari is hij in Deventer overleden aan covid-19.

Yan Oh, die bij de meeste van zijn oud-collega’s van het NBLC bekend was als Han Oh, werd op 7 juni 1937 geboren in Soerabaja het toenmalige  Nederlands Indië. In 1954 werd ook voor hem en zijn familie het leven moeilijk in Indonesië. Zijn ouders zetten hem op het vliegtuig naar Nederland. Hij studeerde aan de grafische school in Amsterdam en ging werken bij de grote drukkerij J.H. de Bussy in de Rustenburgerstraat. Wij hebben ooit geconstateerd, dat onze voetstappen elkaar vast gekruist hebben: ik woonde daar vlakbij en ik heb een paar honderd meter verder in die zelfde straat zes jaar op de lagere school gezeten. In 1966 trouwde hij met Olly, die met zijn hulp een paar jaar eerder naar Nederland was gekomen. Wat later gingen ze in Nieuw Vennep wonen en kregen twee dochters.  Aan het eind van de jaren ’70 ging Yan bij het NBLC werken als inkoper voor de drukkerij. In de daarop volgende decennia had Yan meerdere functies. In zijn laatste functie was hij o.a. verantwoordelijk voor de archivering van de vele NBLC publicaties. Door zijn bescheidenheid viel hij bij nieuwe collega’s niet op, maar hij was er altijd en vervulde  vaak een verbindende rol binnen het bedrijf. Hij werd door zijn collega’s echt gewaardeerd. Ik herinner mij een beurs in het kader van “De NBLC komt naar u toe” in Den Bosch. We stonden beiden op een stand en we waren na de sluiting als eersten vertrokken, want Yan kende een restaurant in Den Bosch waar ik beslist ook moest eten. Nadat hij de auto achter het hotel aan de Markt had geparkeerd zijn wij vrijwel meteen doorgelopen naar dat restaurant. Het was natuurlijk een goed restaurant: Yan hield van lekker eten en wist waar dat te vinden was. We bleven er ook lekker lang, want een goede maaltijd verdient ook een goed gesprek. Toen we tegen half tien in het hotel de bar binnenstapten werden we verwelkomd door onze collega’s met een gemeenschappelijke zucht van verlichting. Zij hadden zich zorgen  gemaakt vooral over Yan. Ze hadden ons niet zien vertrekken en Yan had kennelijk geen goede reputatie wat betreft rijden in het donker.  Dat Yan van lekker eten hield was bij veel collega’s  wel bekend. Hij was dol op de vis van Simonis in Scheveningen, maar hij vond het niet leuk om daar tussen de middag alleen te gaan eten. Dus werden er regelmatig collega’s door hem uitgenodigd om een visje mee te eten.

Yan ging altijd uit van het goede in de mens en dus ook van zijn collega’s. Hij hield van grapjes en zijn kenmerkende lach hoor ik nog moeiteloos vanuit mijn geheugen. Hij was ook altijd kalm. Ik denk niet, dat ik hem ooit opgewonden heb zien stampen of horen vloeken, ook wanneer hij -zeker in de periode dat hij op de Platinaweg bij het nu Biblion genoemde bedrijf werkte- daar alle reden voor had. En toen we tijdens een stroomstoring samen in de lift vastzaten tussen twee verdiepingen wist hij mij (type paniek) moeiteloos te kalmeren door op de grond te gaan zitten en in donker te verkondigen dat ze ons wel zouden vinden om vervolgens allerlei verhalen te vertellen om de wachttijd door te komen.

De laatste paar jaar was “Oh goed hoor” niet goed genoeg meer. Reuma en andere gezondheidsproblemen kregen een steeds grotere rol in Yans bestaan. Ruim een jaar geleden werd hij opgenomen in een verzorgingshuis en daar maakte hij er in een rolstoel nog het beste van. De grapjes waren nooit ver weg al bracht de corona lockdown de contacten met vrouw en dochters wel te lang terug tot zwaaien achter glas. Na een kort ziekbed overleed Yan daar op 6 januari aan het virus. Door de coronabeperkingen hebben ik en een paar andere oud-collega’s zijn uitvaart op afstand via de livestream van de uitvaartonderneming moeten volgen. Het was een bijeenkomst met veel countrymuziek en indrukwekkende mooie woorden van zijn dochters die duidelijk maakten dat Yan iemand was waar veel van werd gehouden. En ja, natuurlijk had hij zelf de vorm van de plechtigheid bepaald.

Wolter van der Zwaan.-

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *