Bij het overlijden van Eduard Duijker (3 september 1944 - 16 december 2019)
Op 24 december heeft in besloten kring de crematie plaatsgehad van Eduard, tot zijn pensioen in 2005 Adjunct-directeur van de Vereniging NBLC, later van de Stichting NBLC, daarna van Biblion BV en tenslotte bij NBD Biblion BV (inmiddels weer Stichting geworden).

Bij de NBD leerden wij Eduard al in een vroeg stadium van zijn loopbaan kennen toen hij werkte bij de Landelijke Bibliotheek Centrale en de directeur ervan vergezelde naar vergaderingen. Heel luid kon zij dan door de hele zaal heen roepen Eduard!!! als zij een papier nodig had uit de tas met stukken, die door hem werd beheerd. Als NBD-ers waren Van der Hoeven en ik vanaf 1969/1970 nieuwkomers in de bibliotheekwereld maar van Eduard wisten wij al heel spoedig wie hij was. In 1972 werd onze oprichter, de Centrale Vereniging voor Openbare Bibliotheken (1908) opgeheven en opgevolgd door de Vereniging NBLC. Onder de dynamische leiding van Dick Reumer kwam het personeelsbestand daar snel tot uitbreiding en trad Eduard Duijker er toe, vooral belast met een aantal taken de LID (Lectuur Informatie Dienst) betreffende. Binnen enkele jaren werd hij Adjunct-directeur Centrale Dienstverlening. Eduard werd dus degene met wie wij bij de NBD het meest te maken hadden.

Van der Hoeven en ik, afkomstig uit de sfeer van boekhandel en uitgeverij moesten onze weg nog vinden in de bibliotheekwereld, waar wij eigenlijk niks van wisten. Bij Eduard konden wij altijd terecht met vragen waarom dingen gebeurden zoals ze gebeurden en wat wij moesten denken van tegenstellingen en discussiepunten in het NBLC en in de bibliotheekwereld, die wij niet altijd meteen konden plaatsen. Het voornaamste kenmerk van Eduards informatie was altijd: relativeren en de-escaleren. Het was allemaal niet zo erg als het soms wel leek, het zou wel in orde komen, wind je maar niet op. We hebben daar veel aan gehad. Tegenover sommige partijen konden we beter niet laten merken, dat we soms niet zo precies op de hoogte waren van gebruiken, verhoudingen en standpunten. Maar Eduard kon je rustig iets vragen, hij heeft er nooit misbruik van gemaakt dat hij wist dat wij nog van alles moesten leren over de gang van zaken in bibliotheken; hij heeft ons altijd goed geholpen.

Uiteraard hadden we met enige regelmaat verschil van inzicht met het NBLC in het algemeen en met LID in het bijzonder. Omdat de NBD het meest contact had met Eduard kwamen alle discussies daarover vooral met hem tot ontplooiing. Zo hebben we een aantal jaren met elkaar gestreden over het feit dat het voor de NBD uitdrukkelijk verboden was boeken aan bibliotheken aan te bieden, die nog niet met deskundig oog (van het NBLC dus) waren beoordeeld en beschreven. Ook waren er in die tijd binnen LID krachten, die er bezwaar tegen hadden dat veelgevraagde titels waar de bibliotheken om zaten te springen, met voorrang behandeld zouden worden. Dat was toegeven aan de commerciële belangen van uitgevers! Tegelijkertijd lieten de uitgevers en de boekhandel er geen traan om als veelgevraagde titels geruime tijd nog niet in de bibliotheek te leen waren. Was misschien niet slecht voor de verkoop! Onze klanten hadden echter tot in 1987 alle gelegenheid diezelfde titels wel volledig "gereedgemaakt" aan te schaffen bij Bibliotheekboekhandel Haasbeek in Alphen aan den Rijn, die ze vanaf de eerste dag van verschijnen kon leveren met een zelfgemaakte titelbeschrijving. Pas toen de NBD dit bedrijf op 1 september van dat jaar overnam veranderde de situatie fundamenteel. Een heel verhaal, maar wat daarbij belangrijk is, dat de verhouding van de NBD met Eduard (met de pet van het NBLC op) ondanks alle woeling altijd prettig en positief bleef. Een "zachtmoedige reus" noemt Thea Duijker haar man in de overlijdensannonce. Een uitermate treffende omschrijving! Er waren onderling afwijkende belangen en opvattingen bij NBLC en NBD, maar de verhoudingen bleven werkbaar. Er hebben zich bij mijn weten nooit echt onaangename scènes voorgedaan, waar Eduard een rol in speelde.

Een nieuwe kant van Eduard leerde ik kennen tijdens de studiereizen naar bibliotheken en bibliotheekorganisaties in het buitenland, die met enige regelmaat door de Werkgroep PBC-en, door DOS en LDO werden georganiseerd. Dergelijke reizen waren zowel voor NBLC als NBD een belangrijke mogelijkheid om een wat persoonlijker relatie op te bouwen met onze klanten. Naast alle gesprekken over wat we goed en wat we niet zo geweldig vonden bij de bezochte instellingen ontpopte Eduard zich daar als een groot kenner van spijs en drank. Hij schroomde niet om soms de overnachtingshotels als jeugdherberg te bestempelen en de aldaar geserveerde maaltijden (achteraf) van (beschaafd) commentaar te voorzien wanneer ze hem niet zo bevielen. Een keer maakte ik op dat gebied een grote fout: Eduard en Thea kwamen bij ons op bezoek in Den Haag en nu wil het geval, dat wij altijd wijn drinken uit de supermarkt. Dat stadium zijn we nooit te boven gekomen. Ik had niet goed nagedacht en vergeten voor hun bezoek wat meer verantwoorde wijn aan te schaffen. We dronken gewoon maar een glaasje van de supermarkt. Eduard zei er niets over. Achteraf had ik spijt, dat onze gastvrijheid tekort was geschoten tegenover een echte kenner. Maar Eduard bleef altijd aardig. Zo zal ik mij hem herinneren. Zachtmoedig.
Aart Blom


Eduard Duijker (1944 - 2019)
Op de derde maandag van mei 1975 meldde ik mij om een uur of negen aan de receptie van het gebouw van het NBLC in de Taco Scheltemastraat in Den Haag. Ik vertelde de receptioniste dat het mijn eerste werkdag was bij de (zoals dat toen werd geschreven) Lektuur Informatie Dienst van dat NBLC. De receptioniste keek verschrikt en belde de dienst. Het hoofd (Dick Scheepstra) bleek afwezig te zijn, maar even later verscheen een vriendelijke bebaarde man die zich voorstelde als de hoofdredacteur (dat was toen Fred De Swert). Hij heette mij welkom en stelde voor om allereerst een kop koffie te gaan drinken in de op de bovenste verdieping gelegen kantine. Na de kop koffie en een door hem gepleegd telefoontje nam hij mij mee op een lange kennismakingsronde langs de afdelingen. Na anderhalf uur kwamen we tenslotte op de benedenverdieping waar onder andere de Lektuur Informatie Dienst (LID) was gevestigd waarvoor ik een Grammofoonplaten Informatie Dienst (GID) zou gaan opzetten. De laatste persoon waaraan ik werd voorgesteld was grote man met veel donker haar. Dat was Eduard Duijker en hij was het hoofd van de dienst Dokumentatie en hij bleek ook mijn buurman te worden. Mijn werkplek bestond uit een stukje kantoortuin met een bureau, twee stoelen en een lage kast. Eduard nodigde mij uit om op de stoel achter het lege burau plaats te nemen en ging er zelf voor zitten om me te leren kennen en vooral om mij wegwijs te maken in het bedrijf.

Dat wegwijs maken was wel nodig. Ik kwam niet uit de bibliotheekwereld en een paar maanden eerder had ik nog nooit van het NBLC gehoord. Eduard maakte mij in ons eerste gesprek duidelijk hoe de bedrijfscultuur in elkaar zat en met wie ik rekening moest gaan houden. Hij vertelde het helder al moest hij soms wel met wat bromgeluiden en hmms op zijn woorden komen. Wat mij meteen opviel was zijn gezichtensuitdrukking die vaak meer zei dan zijn woorden. Ik heb later geleerd, dat het heel belangrijk was om op Eduards gezicht te letten tijdens een debat of een gesprek met anderen. Zijn gevoel voor humor maar ook in voorkomende gevallen zijn negatieve mening over bepaalde gesprekspartners kon hij nooit helemaal verbergen. Ik denk, dat ons eerste gesprek bepalend is geweest voor onze verhouding in de volgende 44 jaar. Er was van meet af aan collegialiteit en daardoor ook snel vertrouwen aanwezig. Tijdens dat eerste gesprek vertelde hij mij ook, dat het NBLC pas een paar weken in de Taco Scheltemastraat was gevestigd en dat mijn aanmelding bij de receptie voor een bescheiden paniek had gezorgd. Men was mij bij de indeling compleet vergeten en er was dus geen werkplek voor mij. Tijdens mijn extra lange kennismakingsronde was er ruimte geschapen door een stukje van Eduards eigen werkplek af te halen. Later bleek, dat hij bijna de helft van zijn werkruimte plus een lage kast aan mij had afgestaan. Ik ben bijna een jaar zijn buurman gebleven. Toen kreeg ik er twee medewerkers bij, maakte nogal wat geluid (muziek is niet stil) en kreeg regelmatig vertegenwoordigers op bezoek en dus verhuisde ik naar een eigen werkkamer aan de rand van de kantoortuin. In mijn geheugen is Eduard wel mijn beste buurman gebleven tijdens de drie decennia die ik bij het bedrijf heb gewerkt.

Wat mij, zeker in het eerste jaar, niet duidelijk werd is wat de dienst Dokumentatie nu eigenlijk deed. Het is misschien het best te omschrijven als het beschikbaar maken en ontsluiten van al het drukwerk dat geen boek was. Dat waren o.a. knipselkranten en DOTA. Eduard nam initiatieven om bepaalde producten op te starten en ook om die producten onder de aandacht van de bibliotheken te brengen. Aan het misschien wel succesvolste product van Dokumentatie, LiteRom, waarmee het NBLC de digitale snelweg opging, is van na Eduards tijd bij de dienst, maar hij werkte wel mee aan de totstandkoming en de lancering. Bij een grote reorganisatie van het NBLC werd hij een van de drie adjunct-directeuren van het bedrijf met als werkterrein de Centrale Dienstverlening. Ook onderhield hij de contacten met de buitenlandse bibliotheekorganisaties. Die laatste taak had tot gevolg dat Eduard maar weinig op het NBLC-bureau aanwezig was. Zijn overvolle agenda was al eerder de oorzaak geweest dat hij een wens niet had kunnen vervullen. Bij de oprichting van de NBLC-band in 1981 meldde hij zich aan als trompettist. Al na een paar weken werd duidelijk dat hij vrijwel nooit bij de repetities zou kunnen zijn. De trompet werd weer opgeborgen. Maar bij de meeste uitstapjes en feesten was hij er wel en zong ook hij vol overgave mee met het lijflied van directeur Dick Reumer (kijk bijv. in het SLBO-archief bij de foto´s over het uitstapje naar Brussel). Een speciale taak stelde hij zichzelf om zijn collega´s elke zomer van voldoende kleine appeltjes te voorzien. In de Betuwe had hij een klein "buiten" met nogal wat (oude) appelbomen. De resultaten van de soms uitbundige oogsten nam hij wekenlang mee in kistjes waaruit wij net zoveel appeltjes mochten meenemen als we dragen konden. Internationaal was hij o.a. actief als secretaris van de ROTNAC, de "Round Table" van de internationale bibliotheekorganisaties en gaf hij lezingen o.a. tijdens meerdere IFLA congressen. Bij zijn werk op het centrale dienstverleningsterrein binnen het NBLC waren ook aspecten waar hij het moeilijk mee had. Conflicten oplossen was niet zijn sterkste punt omdat hij het vaak met beide partijen eens was en soms bleek hij een te zachte heelmeester waardoor problemen opnieuw opdoken. Mensen ontslaan was hem een gruwel, maar bleek soms onvermijdelijk te zijn. Binnen het klimaat van het NBLC van Dick Reumer was hij echt op zijn plaats. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij de leiding had bij de afscheidsbijeenkomst van Dick Reumer in Diligentia.

En toen werd alles anders. Bij Eduard (net als bij Dick Reumer) was empathie een van de drijfveren in de dagelijkse omgang met de collega´s. Bij Dick Reumers opvolger als directeur van het NBLC, Rudi van der Velde, ontbrak die empathie. Het gevolg was een lange periode van conflicten waarin Eduard (nu in de functie van adjunct-directeur Exploitatie) vaak in situaties belandde waarin hij dingen moest doen waar hij het absoluut mee oneens was. Zo moest Eduard bij een serie ontslagen, die noodzakelijk was geworden door financieële tekorten, bij de rechtzaak de directie vertegenwoordigen. Ik heb mij nooit aan de indruk kunnen onttrekken dat hij heel tevreden was met de afwijzing van de ontslagvergunningen door de rechter. Wat Eduard in die periode vaak probeerde was de problemen die het directiebeleid voor sommigen veroorzaakte wat te verzachten door oplossingen aan te dragen. Ook ik ben hem daarvoor nog steeds dankbaar. In deze nogal onrustige periode werd de naam van bedrijf veranderd van NBLC naar Biblion en werd de vereniging een BV. De vererenigingstaken verhuisden naar een eigen organisatie en het dienstverleningbedrijf werd verkocht aan het ICT-bedrijf ASD. Die plaatste een waarnemend directeur (Schretlen) aan het hoofd van het bedrijf en Rudi van der Velde werd op een zijspoor gezet. Eduard kon weer met meer plezier naar zijn werk gaan, want hij werd ingezet bij de reorganisatie van het bedrijf en zijn internationale contacten bleven behouden. Eduard begreep waarschijnlijk net zoveel van de in ICT-termen verpakte filosofie van AND als de meeste andere collega´s en ook hij zal een zucht van verlichting geslaakt hebben toen AND een jaar later Biblion verkocht aan de aloude NBLC-partner NBD. NBD-Biblion was geboren en Eduard was weer adjunct-directeur in een team waarvan hij de andere leden al vele jaren kende. Eduard functioneerde weer als vanouds, sprak jubilarissen en afscheidsnemers toe, ging naar congressen en andere bijeenkomsten en kon weer lachen. Bij een van de feestelijke bijeenkomsten rond hem ontdekten wij, dat Eduard een "Feinsmecker" genoemd mocht worden, maar dat wist ons niet echt te verbazen: de meesten van ons kenden Eduards liefde voor lekker eten en goede wijn wel. Toen ik in 2005 met de VUT ging was het Eduard mij namens de directie toesprak. Een betere keuze had die directie niet kunnen maken. De man van mijn gesprek op mijn eerste werkdag was ook de spreker op mijn laatste werkdag.

Een paar jaar later werd de SLBO opgericht. Eduard was een van de eersten die zich bij mij en mijn medeoprichters aanmeldde als lid. In de tien jaar die sindsdien verlopen zijn was Eduard een van de trouwste bezoekers van onze activiteiten. De laatste keer was begin mei van dit jaar in Hoorn. Het was ook de laatste keer dat wij elkaar spraken. Op de dijk met stevige wind en regenvlagen in de rug hebben we even gepraat over zijn oude huis aan de gracht dat nog steeds te koop stond, over zijn nieuwe huis in een Amsterdamse buurt waar mijn vader ooit opgegroeid was en waar het hospitaal stond waar ik, zo´n zeven maanden voordat Eduard werd geboren, zelf ben geboren. Het laatste onderwerp was zijn gezondheid. "Het gaat wel"was Eduards door zijn bekende hmm en licht gegrom omgeven antwoord. Zoals gewoonlijk sprak uit zijn gezicht het echte antwoord: het ging niet zo goed. Op station Sloterdijk keek ik hem na terwijl hij langzaam in de regen uit het zicht liep. Begin november werd hij in het ziekenhuis opgenomen: het ging slecht. Hij overleed op maandag 16 december. Het was misschien wel symbolisch dat deze "zachtmoedige reus" zoals zijn vrouw hem in de rouwadvertentie raak omschreef, zijn licht definitief doofde aan het begin van een week waarin de meeste mensen juist de lichtjes aan plegen te doen.
Wolter van der Zwaan.-

SLBO / 20 januari 2020

Thais, Indonesisch en Grafzerken
Onze najaarslunch op woensdag 11 december 2019 bracht 55 leden en een paar introducees samen in de Mingle Mush, de "food hall" naast het Centraal Station. Voor de leden die nog nooit in de Mingle Musch waren geweest was deze "eettent" beslist een verrassing. De zaak blijkt van binnen veel groter tezijn dan de buitenkant doet vermoeden. De centrale hal met de verschillende eettenten heeft een goede sfeer en blijkt ook tussen de middag een groot aantal eters te trekken. We werden verwelkomd met goede koffie en zoals gebruikelijk werd er weer veel gepraat waarbij ook zoals gewoonlijk gezondheid en kleinkinderen de meest aangeroerde onderwerpen waren. Kort na 12 uur werd de lunch geserveerd. Om te beginnen een bescheiden bakje goed smakende soep met een broodje.Dat werd gevolgd door de (bescheiden) hoofdmaaltijd. Zo'n 60 % van de groep had gekozen voor de Indonesische hap en de rest tastte toe op z'n Thais. Dat tasten moest wel gebeuren met eenvoudig plastic: vorken en messen waren net als de soeplepeltjes afkomstig uit het assortiment van de wegwerpproducten. Net als de andere SLBO-ers die voor Thais hadden gekozen moest ik creatief worstelen om de een beetje op spagetti lijkende noedels met deze eenvoudige hulpstukken op te kunnen eten. Met enig overleg lukte dat wel en de beloning kwam met elke hap: het smaakte uitstekend.

Tijdens de maaltijd vond onze voorzitter het gepast om het een en ander te vertellen over de resultaten tot nu toe van de vorige maand verzonden enquete. Het was op een beetje afstand maar moeilijk te verstaan zodat ik in elk geval de rapportage als tussenresultaat moest beschouwen in de hoop, dat het uiteindelijke resultaat t.z.t. aan de redactie aangeboden wordt zodat we het ook kunnen lezen. Overigens was het aantal ontvangen enqueteformulieren toevallig ook 55. Dat is minder dan de helft van het aantal leden zodat we nogmaals oproepen om, wanneer dat nog niet is gebeurd, het formulier in te vullen en naar onze secretaris te mailen. De mening van elk lid is van belang! Na een klein ijzig toetje en weer een kop goede koffie was het tijd om de voedselhal te verlaten, het plein over te steken en ons te melden bij het literair museum.

Er waren maar weinig leden die bij het oversteken de weg kwijt waren geraakt zodat het zaaltje van de museum goed gevuld was. Het was het zelfde zaaltje waar tien jaar geleden deze site werd gepresenteerd. Volgens de aankondiging zou de directeur van het museum, Aad Meinders, ons begeleiden door het museum. Dat deed hij echter niet. Wij kregen een voordracht van hem met wat korte your tube filmpjes over zijn rondreis in 2010 langs 100 graven van 100 schrijvers. Op elk graf legde hij een witte roos (soms een kunstroos, want februari zijn er niet overal witte rozen te koop) en overal maakte Jessica Swinkels een foto (soms wel meer dan één). Hij bezocht laatste rustplaatsen in Nederland, maar ook in Jeruzalem, Elmina, Bazel, Parijs en Londen. De reis duurde dertig dagen. Het resultaat mondde uit in de tentoonstelling Het Pantheon. 100 schrijvers - 1000 jaar literatuur. Aad Meinders had het duidelijk allemaal heel leuk gevonden. Hij vertelde er nog steeds heel enthousiast over. Als een soort kerstcadeau kregen wij allemaal een exemplaar van het boek van de tentoonstelling waarin alle (fraaie) foto's te vinden waren samen met het verslag van de reis. Als besluit van de excursie mocht iedereen in het museum rondlopen, de schilderijen van schrijvers bekijken en natuurlijk ook de kleine tentoonstelling van cartoons. Sommigen kochten nog wat in de museumwinkel en daarna vertrokken we, soms nog met oud-collega´s napratend, weer naar huis. Het was weer een geslaagde najaarslunch.
WZ.-



SLBO / 18 januari 2020

Frans Stein overleden
Op dinsdag 22 oktober is een van de markante personen uit het NBLC verleden overleden: Frans Stein. Frans begon zijn bibliotheekloopbaan in 1970 bij het Katholiek Bibliotheek en Lectuurcentrum (KBLC), waar hij redacteur werd van Mens en Boek. In 1972 was het KBLC een van de instellingen die toetraden tot het NBLC en werd de naam veranderd in Katholiek Lectuur Centrum (KLC). Frans werd redactiesecretaris van het nieuwe informatieblad voor de bibliotheekwereld: Bibliotheek en Samenleving. Toen dat blad in 1997 werd samengevoegd met het ook door het NBLC uitgegeven Info Bulletin tot BibliotheekBlad werd Frans de hoofdredacteur. Dat bleef hij tot hij een jaar later met de VUT ging. De meeste oud-collega´s zullen zich Frans herinneren als een vriendelijke man met een kort baardje, die duidelijk een eigen mening had (noodzakelijk als redacteur), maar die deze mening meestal op een rustige, haast bescheiden, manier uitte. Maar je moest je niet vergissen: Frans' mening was regelmatig bepalend voor de uitkomst van de veelvuldige discussies in de talrijke overlegvormen. Vriendelijk was ook de manier waarop Frans om kopij vroeg: "zou je misschien deze week een stukje kunnen schrijven over...." Je moest jouw bijdrage wel op tijd inleveren want Frans kon heel vasthoudend de deadline in herinnering brengen. Een van Frans' liefhebberijen was piano spelen. Hij was dan ook mijn voorganger als pianist van het roemruchte NBLC-cabaret en muziek was een vast onderwerp tijdens onze gesprekken. Uit de toespraken tijdens de afscheidsbijeenkomst in het crematorium in Gouda op 28 oktober werd ook duidelijk dat Frans de verpersoonlijking was van het gezegde "een goede buur is beter dan een verre vriend". Frans was duidelijk een goede buur die zijn best deed om anderstaligen te verstaan en om anderen te helpen bij het verbeteren van hun pianospel.
Frans was al enige tijd ziek. De chemokuren hadden ondanks optimistische verwachtingen niet het gewenste resultaat. Frans is 81 jaar oud geworden. Bij het afscheid nemen in het crematorium waren zeven oud-collega´s aanwezig waarbij drie leden van onze vereniging. Voor hen was Frans een verre vriend die niet vergeten zal worden.
Wolter van der Zwaan


SLBO / 8 november 2019

Mail probleem
Onze secretaris heeft tijdens zijn vakantie wijzigingen ontvangen van enkele e-mail adressen. Deze mails blijken niet opgeslagen te zijn in zijn computer. Daarom: wie tussen 15 augustus en 12 september een melding heeft gestuurd wordt vriendelijk verzocht omdat opnieuw te doen. Secretaris Gerard van Dijk is weer thuis, dus zal de verwerking op de normale wijze plaats vinden. Bedankt!

Groeten, Wolter.-

We waren in Hoorn!
Stralende zon, nauwelijks wind, lentegeur..... Zo zag het er altijd uit wanneer de SLBO op lente-excursie (alias uitstapje) ging. Vandaag ziet dat er net zo mooi uit. Het is donderdagmiddag 9 mei 2019 wanneer ik dit opschrijf. Ons dagje uit annex excursie was echter gisteren, op woensdag 8 mei. En toen zag het er heel anders uit.

Toen de autobus van de luxe reisafdeling van de HTM om vijf over negen het bijna volgebouwde parkeerterrein van Leidsenhage opreed was het weer grijs, maar nog droog. Wij werden welkom geheten door secretaris Gerard van Dijk en onze nieuwe voorzitter Rian van de Sande. De busreis ging eerst naar het station Amsterdam Sloterdijk waar nog een paar leden instapten. Later, in onze bestemmingplaats Hoorn, voegden zich nog enkele leden die zelfstandig naar het Museum van de 20e eeuw waren gekomen bij ons reisgezelschap. De busreizigers verlieten op het parkeerterrein vlak voorbij het centrum van Hoorn de bus omdat lange bussen dat centrum niet in mogen en wij wandelden in een bij onze gemiddelde leeftijd passend tempo naar het Oostereiland aan de kust, waar in een voormalige gevangenis het Museum gevestigd is. Een mooi gerestaureerd pand waarin gelukkig ook de Brasserie Oostereiland is te vinden. Daar werden de naar koffie snakkende reizigers voorzien van koffie en de andere snakkers naar een drankje van hun keuze. De levendige onderlinge gesprekken werden na een kwartier door secretaris Gerard afgebroken, want er moest vergaderd worden. Dus vonden we elkaar even later terug in de bioscoopzaal. Voor de eerste keer vond onze jaarvergadering plaats tijdens de voorjaarsexcursie. Voor de lengte van de vergadering maakte dat niets uit. Ook nu kon de voorzitter een hoog tempo aanhouden bij de behandeling van de agenda. Het jaarverslag en het financiële jaarverslag werden goedgekeurd. Ook de kascontrolecommissie (deze keer bestaande uit Frans van den Berg en Annemarie Klijnsmit) was gelukkig en hun verzoek om de penningmeester en het bestuur décharge te verlenen werd met instemming begroet. Penningmeester Paul van Riet lichtte daarna zijn begrotingen voor 2019 en 2020 toe en ook dat leverde applaus op.

Vervolgens was de beurt aan een gastspreker. Dat was deze keer Mark Dekkers van de Rijnbrink Groep (de organistie achter het bibliotheekgebeuren in de provincies Gelderland en Overijssel). Hij heeft het boek "Alles behouden" samengesteld dat is gebasserd op bij de verhuizing van de bibliotheek van Deventer teruggevonden dagboeken van bibliotheekmedewerkers uit het laatste jaar van de 2e wereldoorlog. De belangrijkste auteur was de bij heel wat aanwezigen nog bekende directrice mevrouw Annie Timminga ("AT"voor de ingewijdenen). Een ander dagboek werd geschreven door de twee jonge bibliotheekmedewerkers die in februari 1945 een tijdelijk leeszaalfiliaal openden in een inmiddels snoeploos filiaal van Jamin. Dat tijdelijke leeszaalfiliaal was nodig omdat de bibliotheek aan de Brink bij een bombardement in 1944 was beschadigd. Opvallend constant was bij dit laatste dagboek de regelmatige vermelding van het aantal uitgeleende boeken waarbij de oorlogshandelingen op de tweede plaats kwamen. De lezing was best interessant en bood een originele visie op een toch wel bijzonder bibliotheekgebeuren. En toen werd het hoog tijd voor de lunch die wij nuttigden in de brasserie Oostereiland. Het smaakte goed en er werd ook heel goed gezorgd voor de dieetpatienten.

Het museum bevat een vaste collectie met o.a. kamers ingericht in de stijl van achtereenvolgende decennia van de vorige eeuw en gebruiksvoorwerpen waarbij nogal wat van onze leden getuigden van hun leeftijd met kreten als "dat hadden wij thuis ook" tot "dat staat nog in mijn keuken". Het museum nodigt ook regelmatig verzamelaars uit om iets te laten zien. Een paar jaar geleden exposeerde ons lid Rob Kooijman er een aantal van zijn Mona Lisa´s. Nu was de beurt aan Frank Huisman uit Almere Haven om delen van zijn Märklin speelgoed (voornamelijk treinen) te tonen. Märklin was een duur merk dat in de periode 1900 tot 1940 vooral bij de kinderen van meer gegoede families te vinden was. Tenslotte was er ook nog een speciale tentoonstelling rond de jeugdserie Floris: 12 afleveringen over een ridder met in de hoofdrol de jonge Rutger Hauer voor wie dit de doorbraak betekende net als trouwens voor de regisseur: Paul Verhoeven. De tv-serie werd gefilmd in zwart/wit. Dat was veel goedkoper dan in kleur en er was toch niemand die kleurentelevisie had.

Bij het vertrek om kwart over drie was er iets veranderd in het weerbeeld. Het regende flink en de wind kwam in de vorm van flinke windvlagen van het IJsselmeer. Over de dijk langs de jachthaven liepen de SLBO-ers achter elkaar met storm en regen in de rug. Maar één persoon had in de gaten, dat je ook op het pad aan de zijkant van de dijk naast de huizen de in de verte geparkeerde bus kon bereiken. Ik werd wel nat, maar van de wind had ik helemaal geen last meer al vroeg ik me wel af, waarom alle anderen boven op de dijk in wind bleven lopen. De bus manoeuvreerde knap door de smalle straatjes waar hij helemaal niet had mogen komen en in een vlot tempo reden we naar Amsterdam om in Sloterdijk weer een paar leden af te zeten. Het stuk over de A4 kostte vanzelfsprekend meer tijd, want een A4 in het spitsuur zonder file is iets historisch. Naarmate we dichter bij Leidschendam kwamen werd het weer steeds beter en toen we uitstapten scheen de zon. Sommingen vonden het jammer dat er bij deze editie van onze lente-excursie geen diner georganiseerd was, maar de meesten waren blij dat ze nu op tijd waren voor het voetballen op tv. En die blijdschap duurde tot de laatste minuut van de wedstrijd.

WZ.-


SLBO / 13 mei 2019

Bij het overlijden van Truus Herder (27 december 1943 - 23 februari 2019)
In december 1990 kwam Truus Herder bij de NBD in Leidschendam binnen. Een eenvoudige feitelijke mededeling zou je denken. Van Petra van der Sar, die - wanneer we dat nodig hebben - onze vereniging altijd zeer ter wille is om gegevens op te zoeken over de geschiedenis van mensen, die bij NBD Biblion en allerlei voorgangers gewerkt hebben, begreep ik dat het vinden van dergelijke gegevens helemaal niet zo simpel meer is. Bedrijven moeten nu op grond van de privacywetgeving tien jaar na vertrek van personeelsleden gegevens vernietigen of in elk geval in wezenlijke mate ontoegankelijk maken, tenzij die gegevens om wetenschappelijke en historische reden bewaard moeten blijven.

Ja, zeggen we dan: de Seniorenvereniging is er nu net voor om - in ieder geval voor collega´s - de geschiedenis levend te houden van de periode, waarin wij allemaal gewerkt hebben. Of de wetgever en de werkgever een dergelijke redenering onmiddellijk zullen willen overnemen is echter de vraag. De nu volgende herinneringen zijn dus een product van tamelijk onofficiële bronnen en geheugens, die - zoals bekend - weleens tekort kunnen schieten. Eén ding weet ik en weten de collega´s met wie ik inmiddels gebeld heb om de herinnering wat op te frissen: Truus was een alleraardigste, charmante en zeer aan het bedrijf toegewijde vrouw. De eerste jaren heeft zij gewerkt in de omgeving van Jan van Riet, in de hoek van titelspeurwerk. Later in de Bibliotheekboekhandel.

Daarom even met Ria Hörter gebeld. Deze is volgens haar eigen herinnering in 1999 met pensioen gegaan, maar kan dit jaartal niet meer met volledige zekerheid preciseren. De privacy wetgeving slaat ons nader onderzoek uit handen. Zij heeft tot haar vertrek meegemaakt, dat Truus gewoon naar kantoor kwam. Kort daarna had zij echter vernomen dat Truus wegens moeilijkheden met haar mobiliteit zich niet meer dagelijks naar Leidschendam kon verplaatsen. Zo is te reconstrueren dat deze hindernis ongeveer in 2000 moet zijn ontstaan. Omdat Truus het verschrikkelijk vond dat zij haar werk zou missen is er vervolgens een oplossing gevonden, dat zij thuis aan "Medianieuws" kon werken. Op die manier was er toch sprake van contact met het bedrijf en de collega´s. In mijn eigen archiefje vond ik een lijst van alle actieve personeelsleden in november 2002. Daar stond Truus Herder nog altijd bij. Zij heeft dus een aantal jaren op afstand een band met het bedrijf kunnen houden. Hoe en wanneer dat tot een einde is gekomen, valt nu niet meer na te gaan.

Truus legde makkelijk contact, had belangstelling voor het wel en wee van haar collega´s en beschikte over een moederlijke uitstraling die heel positief werkte. Toen onze vereniging in 2008 werd opgericht was zij natuurlijk van de partij. Via de website en de Nieuwsbrief kon zij toch af en toe nieuwtjes vernemen, die haar altijd geïnteresseerd hadden en nog steeds interesseerden. Bij de opening van de nieuwe huisvesting van NBD Biblion in Zoetermeer was het haar gelukt vervoer te regelen en kon zij met eigen ogen zien, waar de nog actieve collega´s hun werkdagen zouden gaan doorbrengen.

Er is een voor ons als collega´s een heel betrokken persoonlijkheid heengegaan. Des te meer zal dat het geval zijn voor haar echtgenoot, kinderen en kleinkinderen. Die hebben haar natuurlijk veel langer en in nog aanmerkelijk veelzijdiger rol meegemaakt. Het is ongetwijfeld met volledige instemming van allen, die bij de NBD in Leidschendam gewerkt hebben, dat we deze herinneringen op de website van onze vereniging vastleggen. Daarmee kunnen als verzamelde collega´s haar nabije familie onze welgemeende deelneming laten weten bij dit wel erg vroegtijdige verlies. AB

SLBO / 13 maart 2019

Woensdag 8 mei
Voor de agenda´s (onder voorbehoud): op woensdag 8 mei gaan we op reis. Bestemming: nog niet bekend. Maar we gaan met een bus!

Vieren in de Gouden Leeuw
Op dinsdag 11 december 2018 waren ruim 70 leden van de SLBO en een paar begeleiders aanwezig in de Heerenzaal van De Gouden Leeuw in Voorschoten. In dezelfde zaal vond tien jaar eerder de oprichting plaats van onze vereniging. Ongeveer de helft van de aanwezigen van toen waren ook nu aanwezig om het tweede lustrum van de SLBO te vieren. Scheidend voorzitter Arie Versloot heette iedereen welkom en hij memoreerde in zijn toespraak ook het feit, dat hij alle tien jaren voorzitter was geweest. Bovendien maakte hij er melding van dat er vandaag een paar leden aanwezig waren die om verschillende redenen de laatste paar jaar maar aan weinig SLBO activiteiten hadden (kunnen) deelnemen. Hij verwelkomde speciaal het nieuwe lid Ferdi Vermeulen die voor het eerst aanwezig was bij een SLBO-bijeenkomst. Het programma van deze lustrumbijeenkomst was eenvoudig: met elkaar praten (dat is nooit een probleem), twee voordrachten en lekker eten (ook geen probleem). Voor de eerste voordracht nam Wouter Westerkamp het woord namens Wilma Trommelen om haar waardering uit te spreken over de activiteiten die de besturen in de eerste tien jaar hadden ontplooid. De eerste voordracht was van Aart Blom, die nog maar eens vertelde waar onze leden vandaan gekomen waren. "Bloedgroepen" noemden wij dat in onze bestuursvergaderingen. Wolter van der Zwaan vertelde het verhaal van een van zijn bijzondere klanten uit de tijd dat hij klassieke grammofoonplaten verkocht. Het verhaal ging over een vaste klant die regelmatig zocht naar de perfecte plaat, maar die niet over een platenspeler bleek te beschikken.

Het voornamelijk koude buffet was, zoals we gewend waren bij de Gouden Leeuw, weer uitstekend verzorgd. Het werd zowaar even stil in de zaal, want met volle mond praten gaat niet zo gemakkelijk wanneer het goed smaakt. Maar tijdens en na het dessert werden er weer volop herinneringen bovengehaald en werd de vraag "hoe gaat het ermee?" vele keren beantwoord. Het was al drie uur geweest, toen voorzitter Arie in zijn laatste toespraak in functie iedereen prettige kerstdagen en een voorspoedig 2019 kon wensen, waarbij het ook aankondigde dat onze voorjaarsexcursie in 2019 weer per bus zou gaan met dank aan de donatie die wij van NBD Biblion gaan ontvangen. Hij wenste het nieuwe bestuur veel succes. Zelf ging hij, net als Wolter, met een grote bos bloemen naar huis. En Chris Duijndam? Die maakte zoals altijd de foto's, behalve natuurlijk de foto's waar hij zelf op staat.
W.Z.-

SLBO / 16 februari 2019

Rian is onze nieuwe voorzitter
Tijdens de eerste bestuursvergadering van 2019 is Rian van de Sande gekozen tot voorzitter van de SLBO. Zij volgt Arie Versloot op, die op 11 december na tien jaar de imaginaire voorzittershamer volgens onze statuten moest neerleggen.

SLBO / 26 januari 2019

Alice Geradts overleden
Op 24 oktober is Alice Geradts in Den Haag overleden. Haar uitvaart heeft inmiddels op haar verzoek in stilte plaats gevonden. De laatste paar jaar nam zij geen deel meer aan onze SLBO-activiteiten en had zij zich als gevolg van een herseninfarct teruggetrokken. Vier jaar geleden schreef ik nog uitgebreid over haar in de rubriek "Voor de geraniums" in een van de laatste afleveringen van ons nieuwsblad. Dat artikel staat nu ook op deze site in het archief van "Voor de geraniums". Zij vertelde over haar jeugd in Limburg, de jeugdbibliotheek in Den Bosch, 27 jaar werken bij de dienst Boek en Jeugd (NBLC) o.a. als documentalist buitenlandse vakliteratuur. Zij vertelde ook over wat zij haar hobby voor het leven noemde: Egypte. Ze bezocht Egypte vijf keer. Reizen naar het buitenland (soms best ver) vormde een van haar beroepsactiviteiten. Ze zat vol verhalen, vol humor en vol belangstelling naar ontwikkelingen op het terrein van de jeugdeducatie in de derde wereld. Over haar gezondheid sprak ze alleen wanneer dat niet anders kon. Vrijwel haar hele leven werd zij geconfronteerd met reuma, maar dat belette haar niet om op een heel eigen wijze belangrijk werk te doen op bibliotheekgebied.

Toen zij met pensioen ging had zij een wens voor haar afscheidsbijeenkomst: zij wilde maar één toespraak en die mocht niet al te serieus zijn en ik moest dat doen. Ik heb een aantal jaren bij veel vertrekkende NBLC-collega´s een meestal humorvolle of musicale bijdrage geleverd bij hun afscheid, dus heel vreemd was het verzoek niet maar ik beschouwde het wel als een eer om als enige het woord te mogen voeren. Mijn verhaal had als titel "Alice in wonderland" en zat vol anecdotes en verhalen over Alice in haar bibliotheekwonderland. Het was haar eigen wonderland dat zij naar haar pensionering niet verlaten heeft. In 2014 kon ze nog enthousiast vertellen over de soroptimisten en ook over haar contacten met oud-collega´s o.a. via de SLBO. De een paar jaar later ingevallen stilte is nu definitief geworden, maar Alice is iemand waar zij die haar kenden nog regelmatig aan zullen denken.
Wolter van der Zwaan.-

Zie ook op deze site in het archief de rubriek "Voor de geraniums" de aflevering over Alice uit 2014.

SLBO / 6 november 2018

Vergaderen in Pijnacker
Op 11 oktober 2018 waren we voor de derde keer voor onze jaarvergadering in het pannenkoekenrestaurant " In de Soete Suikerbol" in Pijnacker. Er waren minder deelnemers dan in de voorgaande jaren. Misschien kwam dat wel omdat er geen gastsprekers waren. Het ging deze keer duidelijk om de vereniging zoals ook al uit de uitgebreide vergaderstukken bleek.

Zoals meestal verliep de veragadering zonder veel problemen. Het jaarverslag werd goedgekeurd evenals de financiële jaarstukken en de begroting voor 2019. De penningmeester kon melden dat hij verheugend veel donaties van een aantal van onze leden had ontvangen. De kascontrolecommissie werd bedankt en er kon worden overgegaan tot de samenstelling van het bestuur. Volgens de statuten van de vereniging eindigt de termijn van Arie Versloot en Wolter van der Zwaan in december van dit jaar. Zij waren de laatste bestuursleden die deel uitmaakten van het eerste bestuur bij de oprichting van de vereniging in december 2008. Er had zich één kandidaat-bestuurslid gemeld: Inge van Asperen, die werkzaam was geweest bij de VOB. Zij stelde zich aan de leden voor en werd met applaus verwelkomd als nieuw bestuurslid. De aftredende bestuursleden haalden herinneringen op uit de verenigingshistorie. Arie blikte terug op een paar hoogtepunten uit zijn voorzitterschap en Wolter vertelde over zijn idee voor een vereniging van gepensioneerden, dat voornamelijk via de werkzaamheden van Nettie Moors in 2008 binnen een paar maanden had geleid tot de oprichting van de SLBO. Beide afscheid nemende bestuursleden kregen fraaie bloemen. Al eerder was er een door de leden ondersteund verzoek gedaan aan mij om de redactie van deze site te blijven voeren. Een verzoek waar ik onmogelijk nee op kon zeggen. Ook Frans van den Berg zei ja op het verzoek of hij nog een paar lid van de kascontrolecommissie zou willen blijven. Hij krijgt gezelschap van Annemarie Klijnsmit in de nieuwe kascontrolecommissie.

Veel tijd werd besteed aan het privacyreglement dat werd toegelicht door Jos van Pelt. Duidelijk werd, dat de ledenlijst niet meer in de bestaande vorm kan worden gepubliceerd en dat men voor vragen over medeleden voortaan moet zijn bij onze secretaris die ook als beheerder van de privacygevoelige informatie werd aangesteld. Het blijkt dat er ook op deze site bepaalde informatie pas kan worden gegeven wanneer er toestemming van de betreffende personen is verkregen. Het reglement is aan de leden verzonden (bij de vergaderstukken) en zal ook op deze site worden gepubliceerd nadat er nog een paar aanvullingen plaats gevonden hebben. De vergadering besloot met de aankondiging van de activiteiten rond en op 11 december a.s. in verand met het tien-jarig bestaan van de vereniging en met een korte gedachtenwisseling over de mogelijke activiteiten van de SLBO in 2019. Een van de dingen die daarbij duidelijk werd is dat de vergadering van vandaag de laatste zou zijn in de serie van afzonderlijke ledenvergadering in het najaar. De penningmeester wees erop, dat de ledenvergadering volgens de statuten voor 1 juli gehouden moet worden en dat het de bedoeling is, om dat vanaf 2019 ook zo te doen. Na afloop van de vergadering was er nog een bescheiden borrel waar men nog even met elkaar kon praten. Een van onze leden maakte daar de terechte opmerking, dat er met de 32 leden die er vandaag waren voor sommige collega´s wel erg weinig gesprekspartners waren. Laten we hopen, dat er op de volgende SLBO-bijeenkomsten (zoals op 11 december) meer leden komen, want met elkaar praten is toch echt het belangrijkste!
Wolter van der Zwaan.-

Margreet Wijnstroom overleden
Op 1 oktober is ons oudste SLBO-lid, Margreet Wijnstroom, overleden. Zij is 96 jaar oud geworden. Margreet Wijnstroom was van 1958 tot 1970 de algemeen secretaris van de Centrale Verening voor Openbare Bibliotheken. Zij was daarmee de directe voorgangster van Dick Reumer toen de Centrale Vereniging werd omgezet in het NBLC. Margreet vertrok toen naar de IFLA, waarvan zij tot 1987 de secretaris-generaal was. Echt stil zitten kon ze niet: in de volgende jaren schreef ze zes detective romans. In die romans speelden personen uit haar omgeving en haar verleden rollen. De eerste van die boeken was "Steekspel in de bibliotheekarena" met een duidelijke hoofdrol voor Dick Reumer. Een ander gegeven in de romans was de hockeysport. En dat was ook niet toevallig. Voor haar bibliotheekwerk was Margreet namelijk landelijk bekend als hockeyster. Zij speelde in 31 interlands en was ook de aanvoerster van het Nederlandse elftal. Dat zij na haar actieve sportloopbaan ook actief was op het bestuurlijke vlak van de sport spreekt eigenlijk vanzelf. De bibliotheekwereld heeft een originele, actieve, creatieve en ook humorvolle oud-collega verloren waaraan zo nu en dan beslist nog zal worden gedacht.
Een van de personen waarmee Margreet contacten onderhield was Aart Blom. Hij schreef wat herinneringen op, die voornamelijk gaan over het begin van hun samenwerking zo rond 1970.

Herinneringen bij het overlijden van Margreet Wijnstroom.
Margreet Wijnstroom was het eerste personage uit de bibliotheekwereld, dat ik beroepshalve leerde kennen. Dat kwam zo. Rond 1969 gingen de openbare bibliotheken nadenken over gezamenlijke inkoop van boeken. Tijdens een receptie bij de Centrale Vereniging voor Openbare Bibliotheken hoorde Cor van der Maar, de toenmalige voorzitter van de Nederlandse Boekverkopers Bond de staatssecretaris van officiële zijde de bibliotheken aanmoedigen daar eens goed over na te denken. Een behoorlijk schrikbeeld voor de boekhandel natuurlijk, die een wezenlijke klantengroep zag wegvallen en kon vrezen dat er veel herrie in het boekenvak zou ontstaan in het kader van discussie over de vaste prijzen. Er werd nu namens de overheid gezegd dat de bibliotheken maar eens moesten kijken of zij zelf hun inkoop konden organiseren. Uiteraard lag daar een gedachte achter om hogere kortingen dan het Reglement Handelsverkeer de boekhandel toestond, aan bibliotheken te verlenen. Het eerste wat Cor van der Maar daarom deed was een bezoek brengen aan Margreet Wijnstroom en haar proberen te overtuigen dat het idee om de inkoopkracht van de gezamenlijke openbare bibliotheken in Nederland te gaan benutten beter in harmonie met de boekhandel kon worden ontwikkeld dan in een oorlogssituatie. De boekhandel kon op haar beurt steun gaan zoeken bij de uitgevers, die er alle belang bij hadden, dat het "fijnmazige net" van goed gesorteerde boekhandels in grote en kleine plaatsen in ons land zou blijven bestaan. Samenwerkende bibliotheken hadden kracht, maar het samenwerkingsverband van boekhandels en uitgeverijen was ook niet te onderschatten. Margreet Wijnstroom zag positieve kanten van een harmonieuze verhouding met het boekenvak en zij had begrip voor het argument dat boekhandel, uitgeverij en het openbare bibliotheekwerk veel meer baat zouden hebben bij samenwerking om de leescultuur in stand te houden dan bij onderlinge strijd. Laat mensen met boekhandelservaring die gezamenlijke inkoop organiseren was het advies van Van der Maar. Probeer dat soort werk niet te gaan doen in het gesubsidieerde kader van de OB-en zelf. Zo werd de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels officieel bij het overleg betrokken en kreeg het adviesbureau van Van der Hoeven, waar ik toen enkele jaren werkte, de opdracht een opzet te maken voor een efficiënte en kostenbesparende maar ook harmonieuze inkoopsamenwerking.

Van der Hoeven en ik wisten wel wat van de bedrijfsvoering van boekhandels en uitgeverijen maar we hadden -moet ik bekennen- er niet veel idee van hoe openbare bibliotheken in elkaar zaten. Zo kwam ik bij Margreet Wijnstroom terecht om mij enigszins te laten inwijden in de uitgangspunten en de behoeften van de bibliotheken. Het was duidelijk dat buitenlandse inkooporganisaties niet onmiddellijk onder de indruk zouden zijn van iemand die kwam vertellen dat hij wat vragen wilde stellen namens de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels. Ook gingen Van der Hoeven en ik vergaderingen bijwonen van de "Commissie Bibliografische Planning" van de Centrale Vereniging, waar we bibliothecarissen ontmoetten van wie we het nodige konden leren. In maart 1969 kreeg ik de taak in Denemarken en Zweden te gaan kijken hoe zo´n centrale inkoop was georganiseerd en hoe dat in goede samenwerking met boekhandel en uitgeverij geschiedde.Margreet Wijnstroom gaf mij de namen van de personen, die ik het beste zou kunnen benaderen en zij zorgde bij hen voor een voor-introductie. Contact leggen in het buitenland was toen nog behoorlijk ingewikkeld. Je moest bij de Nederlandse telefooncentrale eerst een gesprek aanvragen en dan geruime tijd goed in de buurt van het toestel blijven om de verbinding aan te nemen die handmatig was opgebouwd. Om een bodem te leggen had ik daarom maar eens brieven geschreven aan de diverse opperhoofden in Kopenhagen en Lund om te vertellen wie ik was en wat ik kwam doen; daarna zou ik kunnen bellen en vragen of ze me wilden ontvangen. De naam van Margreet Wijnstroom deed wonderen. Ik kreeg onmiddellijk afspraken op basis van een kort telefoongesprek. Natuurlijk zou ik ontvangen worden: ik kwam namens Margreet Wijnstroom! Ze was nog lang geen secretaris-generaal van de IFLA (dat kwam pas in 1972), maar ze kende iedereen en iedereen kende haar. Ze had me goede raad gegeven voor elk opperhoofd een liter jenever mee te nemen uit Nederland. Dat zou de ontvangst zonder meer soepel maken. Dat klopte precies. Zowel bij Biblioteksentralen in Kopenhagen als bij Bibliotekstjänst in Lund werd ik eerst ritueel ontvangen door het opperhoofd, leverde mijn jenever af en mocht ik vervolgens mee met de mensen, die het uitvoerende werk onder zich hadden. Daar kon ik mijn hele vragenlijst afwerken. De jenever werkte ook nog goed door in die zin dat ik vervolgens allerhartelijkst werd ontvangen in Stockholm bij Hässler´s Bokbinderi Librex AB waar men op afstand van één nachtelijke slaapwagenrit van het kantoor van de inkooporganisatie de aangeschafte boeken gereedmaakte voor de Zweedse bibliotheken.

Zo ging dat overigens bij de NBD in het begin ook. De ingekochte boeken werden bij buitenbinders afgeleverd en gereedgemaakt en bij het Centraal Boekhuis ingepakt en verzonden. Als NBD zagen we onze eigen producten nooit. Ik kan iedereen verzekeren, dat het een verademing was toen we zelf gingen inpakken en verzenden en zodoende zagen wat we eigenlijk leverden en niet meer afhankelijk waren van telefoontjes uit Culemborg met mededelingen als "sommige boeken zien er deze week een beetje raar uit". Een enorme verbetering! Dit overigens terzijde. In Zweden gingen de boeken van Hässler in Stockholm naar Seelig in Stockholm, een soort Centraal Boekhuis, waar ik dankzij de invloed van Margreet Wijnstroom ook meteen mijn licht mocht komen opsteken.

Vanaf de oprichting van de Stichting NBD op 9 november 1970 werkten wij met de "Informatie Dienst" van de Centrale Vereniging, die op 8 april 1972 werd opgeheven en vervangen door de Vereniging Nederlands Bibliotheek & Lectuurcentrum, waar we met de "Lectuur Informatie Dienst" te maken kregen en uiteraard met Dick Reumer, die een gecompliceerde organisatie onder zich had maar van de kleinste kleinigheid op de hoogte was. Margreet Wijnstroom ging over naar de IFLA (International Federation of Library Associations) waar ze secretaris-generaal werd. In die positie maakte ze nog eens grote indruk op mij door uit te leggen hoe je in de toenmalige Sovjet-Unie meteen een tafeltje moest krijgen in een restaurant, waar buiten een lange rij mensen stond te wachten op hun beurt. Door de achterdeur naar binnen, de keuken in. Armen strekken en tussen alle vingers van beide handen biljetten van één Dollar vasthouden. Iedereen, die je ziet krijgt gelegenheid zo´n biljet tussen de vingers uit te trekken. Doelbewust doorlopen. Als je handen leeg zijn heb je een tafeltje. Een kordaat en praktisch persoon en zo zullen veel collega´s en functionarissen uit zowel het Nederlandse als het internationale bibliotheekwerk haar herinneren.

Aart Blom

SLBO / 8 oktober 2018

Nieuw lid
Weer kunnen wij een oud-collega verwelkomen als lid. Het is Ferdy Vermeulen, die 41 jaar gewerkt heeft bij BLC, Stichting NBLC, Biblion BV en NBD Biblion. Het grootste deel van de 41 jaar onderhield Ferdy het (zakelijke) contact van zijn werkgevers met de "klanten" (de bibliotheken dus).

Bij het overlijden van Loes van den Berg
Nog voor de leeftijd waarop je in lang vervlogen tijden volgens de regelingen in de bibliotheekwereld met pensioen zou hebben kunnen gaan is Loes van den Berg (10 augustus 1960 - 3 juni 2018) overleden. Niet een beetje te vroeg maar heel veel te vroeg.

Loes was een opgewekte en daadkrachtige persoon. Naast haar baan bij de NBD hield ze zich bezig met datgene, waarvoor ze een opleiding had genoten: het regisseren van toneelvoorstellingen. Toen ze 26 jaar geleden bij de NBD kwam werken hadden we nog een regionale pers voor Den Haag en omstreken. Daarin verschenen verslagen van voorstellingen door amateurverenigingen. Met regelmaat konden haar collega's dan lovende woorden lezen voor haar inventieve regies. Door moeilijkheden liet ze zich niet uit het veld slaan. Toen het niet lukte door onderling financiele onenigheid tussen de rechthebbende erven van "De Jantjes" een voorstelling daarvan te realiseren bedacht ze een plan om zelf een stuk op touw te zetten waarin de spelers repeteerden voor "De Jantjes". Zo zou het wel kunnen! Of haar auteursrechtelijke omzeiling uiteindelijk geslaagd is ben ik nooit te weten gekomen. Het huwelijk van Wilma en Loes was voor de NBD een grote gebeurtenis, die het kantoor vrijwel volledig deed leeglopen. We hadden moeite iemand te vinden, die in de ontruimde burelen wilde achterblijven om de telefoon op te nemen. In de pittoreske trouwzaal van het gemeentehuis van Voorschoten heerste een vrolijke stemming en konden wij als NBD-ers waarnemen hoezeer de kinderen, familie en vrienden van Loes meeleefden met haar nieuwe verbintenis en deze toejuichten.

Eensgezind waren Loes en Wilma altijd in het bedenken van originele en niet geheel ongevaarlijke vakantiebestemmingen. Een overnachting op de grond in het oerwoud heeft bij een van beiden nog eens geleid tot een zorgwekkende en vrij langdurige uitval door de beet van een ongeïdentificeerd gebleven insect of misschien wel een slang. Het kan nu eenmaal voorkomen dat omstandigheden je dwingen om in de wildernis behoorlijk onbeschermd de ogen te sluiten. Dat is toen allemaal wel goed afgelopen. Nu is het echter helemaal misgegaan en moet Wilma alleen verder met herinneringen. De illustratie van de rouwkaart liet op prachtige wijze zien om wat voor trefwoorden die herinneringen zich zullen groeperen: "levenskunstenaar, onconventioneel, positief, aanwezig - (maar vooral) onvervangbaar".

Het is zeker, dat de nu definitief achter haar liggende periode Wilma een rijkdom aan vrolijke en positieve beelden nalaat maar tegelijkertijd een enorm gemis. Ongetwijfeld namens alle collega's, die Loes en Wilma gekend hebben: mogen de achterliggende jaren je de kracht opleveren de akelige omstandigheden waar je nu mee te maken hebt te verwerken en uiteindelijk om te zetten in herstel naar de positieve houding waar Loes een levend voorbeeld van was.
AB

SLBO / 13 juni 2018

De lente in Schiedam
En weer waren we in een bibliotheek. Volgens de organisatoren van onze lente-excursie (het bestuur dus) zal er voor de volgende excursie worden uitgekeken naar een ander soort bestemming. Betaalbare suggesties zijn welkom. Maar op 17 april waren we nog gewoon in een bibliotheek. Maar wel in een bibliotheek die je best wel wat ongewoon mag noemen. We waren in de hoofdvestiging van de bibliotheek van Schiedam. Dat gebouw heeft twee namen: korenbeurs en koopmansbeurs. Dat het een het ander niet uitsluit blijkt wel uit de geschiedenis van deze stad die lange tijd dreef op de jenever. Niet letterlijk evenwel want de bazen van de stokers waren goede en vooral nuchtere zakenlui. Dat de werkers in de jeneverstokerijen regelmatig van hun product moesten proeven spreekt vanzelf want hoe kan je anders de kwaliteit testen? De plek waar de korenbeurs staat was traditioneel een open marktplein en vormde een van de centra van de stad. De korenbeurs heeft na de commerciële tijd enkele andere bestemmingen gehad maar werd, zoals directeur Theo Schilthuisen in zijn welkomstwoord zei, een paar jaar geleden "teruggegeven aan de stad". Directeur Schilthuisen vertelde in zijn inleiding ook waar hij gewerkt had voor hij directeur van een bibliotheek werd. Een van zijn vroegere wergevers bracht bij een paar oud-NBLC'ers en vooral bij hen die nog hadden gewerkt bij Biblion BV herinneringen boven aan een onzekere tijd. Het was de firma ADC die ook een paar jaar eigenaar is geweest van Biblion BV voordat de NBD zich erover ontfermde.

Bij aankomst hadden wij ontdekt, dat er van de stijlvolle gevel van het gebouw zoals die bij het artikel op deze site was afgebeeld, niets te zien was. Het was alsof kunstenaar Christo langs was geweest. De hele gevel was verpakt in witte lappen. De buitenkant van het gebouw wordt gerestaureerd. Daarbij bleek tot verrassing van iedereen het fraaie gebeeldhoude fronton niet gebeeldhouwd te zijn. Het is van hout. Dit was een van de zaken die ons werd verteld door bibliothecaris Jan van Bergen en Henegouwen, die op vlotte en humorvolle wijze ons de geschiedenis van Schiedam en van het bibliotheekgebouw uit de doeken deed. Jan was in 2013 de Beste Bibliothecaris van Nederland en uit zijn verhaal over de Schiedamse bibliotheekpraktijk bleek dat dat beslist verdiend was. Ondernemingszin, originaliteit en het reageren op suggesties en commentaar van de leden hebben als resultaat gehad dat de bibliotheek niet voor iedereen is, maar van iedereen. Vorig jaar werd de bibliotheek tweede in de verkiezing van Beste Bibliotheek van Nederland. Hoewel de eerste plaats en de daarbij behorende NBD Biblion Award (!) naar Den Helder ging was men best tevreden met het resultaat.

Heel bijzonder is de nu overdekte binnenplaats van het gebouw dat met behulp van planten uit Indonesië is herschapen in een tuinzaal waar het voor iedereen goed toeven is. Deze tuinzaal leverde de bibliotheek de eretitel "meest groene bibliotheek van Nederland" op. We keken er rond, verbaasden ons over de vele visuele facetten van een kijkdoos met spiegels die in de ruimte opgesteld stond (het Droste-effect wordt er vele malen in overtroffen) en gingen vervolgens in een rustig tempo door de oude binnenstad van Schiedam op weg naar het restaurant De Watertuin. De meesten deden dat te voet en dat was best interessant. Bovendien was het weer uitstekend zoals gebruikelijk is bij onze lente-excursies.

De Watertuin bleek een groot en vrij druk etablissement te zijn waar je van alles kan eten: van Indonesische wokproducten tot sushi en hamburgers. Er was genoeg en het was in het algemeen van uitstekende kwaliteit. Tussen de happen door was er weer ruimte om herinneringen op te halen, de kleinkinderen ter sprake te brengen om van de gezondheid maar te zwijgen (wat niet gebeurde). Goed gevuld gingen de veertig deelnemers aan deze lente-excursie weer op huis aan. Sommigen met eigen vervoer, maar de meesten met de bus en de trein. Ik ben nu al benieuwd waar we volgend jaar naar toe worden gestuurd.
W.Z.

Zie ook de foto´s in het fotoalbum.


Een nieuwe directeur bij NBD Biblion
René Leermakers is op 1 april j.l. vertrokken als algemeen directeur van NBD Biblion. Hij is niet zo lang directeur geweest. Hij trad op 17 augustus 2015 aan. In de korte periode waarin hij directeur was heeft hij wel veel veranderingen doorgevoerd. Een kleine verandering was het stopzetten van de subsidie aan onze vereniging en dat was iets waar wij beslist niet blij mee waren. René Leermakers is opgevolgd door Nina Nannini, die al sinds december 2016 bij NBD Biblion werkte als adjunct-directeur. Nina Nannini (43) is historica en startte haar loopbaan als marktonderzoeker. Ruim 15 jaar geleden maakte zij haar entree in de mediawereld als uitgever. Daarna werkte zij als uitgeefdirecteur bij enkele grote mediabedrijven zoals de SDU. Voor haar in diensttreding bij NBD Biblion eind 2016 werkte zij vier jaar als interim-directeur. Zij heeft veel ervaring met het ontwikkelen en implementeren van veranderstrategieën. NBD Biblion is volop bezig met een transformatie naar een bredere en marktgerichte organisatie. Het bestuur van NBD Biblion is zeer content met de benoeming van Nina. De voorzitter van het bestuur van de Stichting NBD Biblion Ton van Vlimmeren: "Nina is in de open procedure als beste kandidaat voor algemeen directeur naar voren gekomen. Ze heeft veel relevante ervaring en heeft in de afgelopen periode de functie al op uitstekende wijze waargenomen. We hebben er alle vertrouwen in dat zij de koers die is ingezet en de samenwerkingen die daartoe zijn aangegaan verder zal ontwikkelen."

SLBO / 5 mei 2018

Bibliotheekblad
Het informatieblad voor de bibliotheekwereld, Bibliotheekblad, is tegenwoordig een uitgave van IP BV. Sinds kort beschikt Bibliotheekblad over een eigen website: www.bibliotheekblad.nl. Deze site wordt gebruikt om actueel nieuws over het wel en (tegenwoordig nogal vele) wee in de bibliotheekwereld bekend te maken. Wanneer onze leden op de hoogte willen blijven van de gebeurtenissen op hun vroegere arbeidsterrein dan is deze website daar een goede en actuele informatiebron voor.


SLBO / 4 maart 2011

Deze website officieel in gebruik
Op dinsdag 14 december om 13.15 uur werd deze website officieel in gebruik genomen. Dat was het moment waarop voorzitter Arie Versloot in het zaaltje van het Letterkundig Museum in Den Haag op een plechtige manier glimlachend het lint doorknipte dat de site van de SLBO voorstelde. 70 leden van de vereniging woonden deze ingebruikneming bij.


Klik op de foto voor vergroten en verkleinen

SLBO / 20 december 2010



Contact Info
S.L.B.O.
Den Haag

Wilt u met ons contact opnemen, dan kan dat via onderstaand e-mail adres.

info@slbo.nl